Onze beste vriend wil na de dood van zijn vrouw bij ons komen wonen — ik zei bijna ja, maar mijn vrouw wil haar eigen leven niet opgeven
Het logeerbed stond nog uitgeklapt toen Marijke vroeg of ik het alvast wilde laten staan. Niet omdat ze wilde dat Henk bleef. Ze wilde weten of ik daar soms al van uitging.
Ik was de vaatwasser aan het uitruimen en zei dat ik niet begreep wat ze bedoelde. Dat begreep ik wel.
Henk is onze vriend sinds 1989. Zijn vrouw Els werkte met Marijke bij de bibliotheek. We gingen samen kamperen, vierden oud en nieuw en hebben jarenlang op vrijdag geklaverjast. Soms kwam er van kaarten niets, omdat we te lang zaten te praten.
Els is twee jaar geleden overleden. Ze was drieënzestig.
Ik schrijf dat zo kort op, maar het is nog steeds vreemd om haar naam te noemen zonder die van hem erachteraan.
In het begin was helpen vanzelfsprekend. Marijke bracht eten. Ik ging met Henk naar de bank, omdat Els bijna alle geldzaken had gedaan. We zochten samen uit welke abonnementen er liepen. Er ging nog maanden geld naar een tijdschrift dat niemand las.
Henk schaamde zich daarvoor. Hij hield steeds zijn telefoon naar mij toe, met dat inlogscherm erop.
‘Ik weet dat ik dit zelf moet kunnen.’
Dan zei ik dat hij hem maar even moest geven. Dat ging sneller. Misschien begon daar al iets, maar toen leek het gewoon praktisch.
Henk is geen man die altijd maar neemt. Toen ik jaren geleden aan mijn rug geopereerd was, bracht hij me zes weken naar de fysio. Hij heeft onze dochter leren autorijden op een verlaten parkeerterrein, lang voordat ze rijles had. Niet helemaal volgens de regels, maar ze praat er nog over. En toen mijn moeder overleed, stond hij zonder overleg de volgende ochtend op de stoep met broodjes.
Dat wil ik erbij zeggen, omdat Marijke en ik inmiddels praten over hem alsof hij een probleem is dat verdeeld moet worden.
Het helpen werd langzaam meer. Een lekkende kraan, een brief van de verzekeraar, de tuin. Hij at eerst op woensdag bij ons en later ook vaak op zondag. Als ik hem naar huis bracht, bleef hij op zijn oprit zitten tot ik ook uitstapte.
‘Nog even koffie?’
Meestal deed ik dat.
Marijke zei een keer dat ze niet meer wist voor hoeveel mensen ze boodschappen moest doen. Ik vond dat toen nogal kleinzielig. Achteraf hoorde ik vooral wat ik wilde horen.
We zijn vijfenzestig en vierenzestig. Ik stop over een halfjaar met werken. Marijke werkt nog drie dagen, maar wil gaan minderen. We hebben geen grootse plannen. Een paar weken met de caravan weg, fietsen op een dinsdag zonder te moeten kijken hoe laat het is. Thuis rommelen zonder dat er iemand komt.
Ons huis is ruim. Dat maakt het voor mij lastig. Twee slaapkamers boven staan grotendeels leeg. Henk woont alleen in een hoekhuis met een tuin waar hij tegen opziet.
Hij vroeg het na een zondagse maaltijd. Hij had afgewassen, wat hij altijd doet, en kwam weer aan tafel zitten.
‘Zouden jullie er heel gek van opkijken als ik hier kwam wonen?’
Marijke legde haar leesbril neer.
Ik zei: ‘Nou, gek…’
Daar heeft ze het nog steeds over. Dat ene halve antwoord van mij.
Henk zei dat hij kostgeld zou betalen. Hij kon boven zijn eigen kamer hebben en overdag zou hij ons echt niet voor de voeten lopen. Hij wilde gewoon niet steeds een leeg huis in.
Ik keek naar zijn handen. Hij draaide zijn trouwring rond, iets wat hij vroeger nooit deed.
‘We moeten het er samen even over hebben,’ zei Marijke.
Die avond vertelde ze me dat haar antwoord nee was.
Niet misschien. Nee.
Ik zei dat we toch ruimte hadden. Zij vroeg of ik begreep dat ruimte niet alleen om vierkante meters ging. Ik ergerde me aan die formulering. Alsof zij iets inzag waarvoor ik te simpel was.
‘Hij vraagt geen verzorging,’ zei ik.
‘Nu niet. Hij vraagt jou inmiddels wel om zijn tandartsafspraak te verzetten.’
Dat was waar. Maar hij was erdoorheen geweest die week. Ik vond dat ze losse dingen bij elkaar optelde om haar gelijk te halen.
Toen zei ze dat ze niet de rest van haar leven rekening wilde houden met iemand die ieder weekend beneden zat te wachten tot wij wakker waren.
Dat beeld vond ik gemeen. Ik heb haar ook gezegd dat ik niet wist dat ze zo hard kon zijn.
Ze ging naar boven. Ik bleef zitten en heb die zin niet teruggenomen, terwijl ik toen al wist dat ik te ver was gegaan.
Een week later vertelde ik Henk dat Marijke twijfelde. Ook dat was niet eerlijk. Ze twijfelde niet, ik durfde zijn teleurstelling alleen niet aan.
‘Maar jij wilt het wel?’ vroeg hij.
Ik zei dat ik het graag zou willen oplossen.
Hij begon te huilen. Heel stil, met zijn zakdoek tegen zijn neus.
‘Ik heb verder niemand bij wie dat kan, Kees. Ik reken eigenlijk op jullie.’
Zijn broer woont in Drenthe en ze spreken elkaar nauwelijks. Er zijn kennissen van de biljartclub, maar dat is anders. Dat snap ik. Tegelijk voelde ik voor het eerst iets van benauwdheid. Ik wilde naar huis en schaamde me daarvoor terwijl ik tegenover hem zat.
Marijke heeft voorgesteld om met hem naar een kleiner appartement te kijken. Zijn huis is grotendeels afbetaald, dus er zijn mogelijkheden. Ze heeft zelfs twee advertenties doorgestuurd. Henk antwoordde dat hij in een appartement ook alleen zou zitten.
Daar heeft hij natuurlijk gelijk in.
Zij zegt nu dat een andere woning het onderhoud kan oplossen, maar dat wij zijn eenzaamheid niet kunnen oplossen door hem een slaapkamer te geven. Ik weet niet of dat waar is. Misschien zou hij hier juist opknappen. Misschien zouden we na drie maanden gek worden van elkaar.
Afgelopen zaterdag vroeg ik Marijke of een proefperiode dan niets was.
‘En wie vertelt hem daarna dat hij weer weg moet?’
Ik zei niets.
‘Precies,’ zei ze. Niet boos eens. Meer moe.
We hebben nog geen antwoord gegeven dat Henk ook als antwoord heeft begrepen. Dat ligt vooral aan mij. Ik blijf woorden gebruiken als “uitzoeken” en “voorlopig”. Marijke wil erbij zijn als ik het met hem bespreek, omdat ze niet nog eens achteraf wil horen wat ik namens ons heb gezegd.
Donderdag gaan we naar hem toe. Ik heb gevraagd of hij koffie zet, meer niet. Hij appte terug of we bleven eten. Hij had nog erwtensoep in de vriezer die op moest.
Ik heb mijn telefoon aan Marijke laten zien voordat ik antwoord gaf.