Na veertig jaar vriendschap had Geert een gezonde vakantie voor ons geboekt, maar ik wilde niet langer zijn verbeterproject zijn

Ik had al drie keer op de website gezocht naar het ontbijt voordat ik Geert terugbelde. Niet omdat ik zo moeilijk ben met eten. Ik wilde gewoon weten of er koffie was.

Er stond van alles over ontgiften, vertragen en plantaardige voeding. Op de foto zaten mensen op houten vlonders, met hun ogen dicht. Vier nachten op de Veluwe, ruim duizend euro per persoon.

Geert had de aanbetaling al gedaan.

‘Voor jouw verjaardag,’ zei hij. ‘En een beetje voor de mijne. We doen nooit meer iets bijzonders samen.’

Dat laatste klopte niet helemaal. We waren in april nog met de trein naar Utrecht geweest. Maar een dagje spoorwegmuseum telde blijkbaar niet meer.

Geert en ik kennen elkaar ruim veertig jaar. Ik was timmerman bij een aannemer, hij verkocht bouwmaterialen. Later begon hij voor zichzelf en uiteindelijk had hij mensen in dienst die het verkochten. Hij kon met iedereen praten. Nog steeds. Op een verjaardag weet hij binnen tien minuten wie een huis zoekt en wie toevallig een makelaar kent.

Ik ben Henk. Achtenzestig inmiddels. Ik heb tot mijn pensioen bij dezelfde baas gewerkt, met een paar overnames tussendoor. In ons dorp kennen ze ons allebei, maar op een andere manier. Geert wordt gevraagd voor besturen. Mij vragen ze of ik even naar een klemmende deur kan kijken.

Daar heb ik nooit onder geleden. Nou ja, bijna nooit.

Iedere dinsdag wandelen we een kilometer of zeven. Daarna koffie bij dezelfde zaak aan het plein. Geert betaalt de ene week, ik de andere. Geen Tikkies, geen gedoe.

Sinds zijn pensioen is er van alles bij gekomen.

Eerst een horloge dat zijn slaap bijhield. Toen een elektrische auto, zonnepanelen en een groentepakket waarvoor hij naar een boerderij buiten het dorp rijdt. Allemaal prima. Zijn vrouw Marijke vond het ook wel mooi dat hij ergens enthousiast over was. De eerste maanden thuis had hij vooral haar manier van boodschappen doen verbeterd.

Toen kreeg hij bij een controle te horen dat zijn bloeddruk te hoog was. Niets acuut, maar hij schrok. Zijn vader was drieënzestig toen hij overleed.

Dat wist ik. Ik was bij de begrafenis geweest.

Hij viel elf kilo af, ging anders eten en voelde zich naar eigen zeggen twintig jaar jonger. Ik vond het knap en zei dat ook.

Misschien heb ik hem toen te veel ruimte gegeven. Ik had zelf net gehoord dat mijn bloedsuiker aan de hoge kant zat. De praktijkondersteuner had gezegd dat wat afvallen verstandig zou zijn. Dat vertelde ik hem tijdens het wandelen.

‘Dan pakken we dat samen aan,’ zei hij.

Ik dacht dat hij bedoelde dat we een extra rondje zouden lopen.

Hij bedoelde een schema.

Op zondagavond kreeg ik een bestand met ontbijtvoorstellen. Hij had er tijd in gestoken, dat zag ik. Er stonden zelfs dingen bij die ik lekker vond. Maar ook een kolom waarin ik mijn gewicht kon invullen.

Ik stuurde een duimpje terug. Daar heb ik achteraf vaak aan gedacht. Zo’n stom duimpje kan kennelijk doorgaan voor toestemming.

Daarna vroeg hij op dinsdag wat ik maandagavond had gegeten. Eerst gewoon belangstellend, later met vervolgvragen. Hoeveel aardappels? Ook groente? Waarom een tweede gehaktbal?

‘Omdat de eerste op was,’ zei ik.

Hij lachte niet.

Ik ging dingen verzwijgen. Tegen een vriend met wie ik vroeger om twee uur ’s nachts nog een broodje shoarma ging halen, zei ik nu dat ik soep had gegeten terwijl er een bakje nasi van de Chinees in de koelkast stond.

Dat vond ik nog het vervelendst. Niet zijn adviezen, maar mijn eigen kinderachtige gedraai.

Bij de verjaardag van onze gezamenlijke vriend Wim vertelde Geert dat hij mij ‘een beetje coachte’. Er zaten zes mensen aan tafel.

‘Kost hem niks,’ zei hij. ‘Voor anderen zou ik hier gerust een tarief voor kunnen vragen.’

Hij bedoelde het grappig. Wim zei dat ik het maar trof.

Ik voelde mijn gezicht warm worden en begon over de nieuwe schutting van de buren. Geert hielp later wel gewoon met glazen ophalen. Hij is niet iemand die je kleineert en vervolgens tevreden achterover gaat zitten. Dat maakt het lastig uit te leggen.

Over die vakantie had hij inderdaad eerder iets gezegd. ‘We moeten eens een paar dagen weg, ergens waar je echt tot rust komt.’ Ik had ‘lijkt me mooi’ geantwoord. Ik dacht aan wandelen, een hotel en ’s avonds ergens eten.

Niet aan een programma dat om halfzeven begon met een stille ochtendwandeling. Geen alcohol, geen koffie, alle maaltijden plantaardig. Je telefoon werd bij aankomst bij voorkeur opgeborgen.

‘Jij hoeft nergens over na te denken,’ zei hij aan de telefoon.

Ik zat aan de keukentafel met de website open.

‘Maar misschien wil ik dat juist wel.’

Hij bleef even stil.

‘Over het eten bedoel je?’

‘Over mijn eigen vakantie, Geert.’

Het kwam er scherper uit dan ik van plan was. Hij begon over de begeleiders, de mooie kamers en dat we allebei niet jonger werden. Ik liet hem praten en werd ondertussen steeds bozer.

Toen zei ik dat hij maar iemand van zijn netwerk moest meenemen die ook graag duizend euro betaalde om honger te hebben.

Dat was flauw. Er stond nergens dat je honger zou hebben.

‘Ik betaal het toch?’ zei hij.

‘Dat maakt het niet beter.’

‘Nou, gezellig. Ik dacht dat ik iets leuks voor ons regelde.’

We hebben niet geschreeuwd. Op een bepaalde manier was dat erger. We praatten heel beleefd het gesprek dood.

Die dinsdag kwam hij niet. Om kwart over negen stuurde hij dat hij een andere afspraak had. Ik ben alleen gaan lopen, een korter stuk. Bij de koffiezaak ben ik doorgelopen. Ik had geen zin om uit te leggen waar hij was.

Een paar dagen later belde Marijke. Niet om te bemiddelen, zei ze meteen, wat ze natuurlijk toch een beetje deed.

‘Hij is bang dat jullie straks alleen nog op ziekenbezoek bij elkaar kunnen,’ zei ze.

Ik moest gaan zitten toen ze dat zei. Tegelijk werd ik er moe van. Ik kon moeilijk een hele vakantie mee omdat hij bang was.

Gisteren stond Geert bij me voor de deur. Hij had de boeking kunnen omzetten naar één persoon. Hij ging zelf wel.

Ik heb koffie gezet. Hij nam gewoon koffie.

Ik heb mijn excuses aangeboden voor die opmerking over zijn netwerk. Hij zei dat hij eerst had moeten overleggen. Daarna vroeg hij of ik dan helemaal niets aan mijn gezondheid wilde doen.

We waren dus nog niet klaar.

Volgende dinsdag lopen we weer. Ik heb zelf een afspraak bij de praktijkondersteuner gemaakt, maar dat heb ik hem nog niet verteld. Niet om iets achter te houden. Ik wil alleen eerst zelf dat gesprek voeren.