Dit jaar heb ik de kerstgroep stilgezet en heb ik de taken gewoon verdeeld

Afgelopen zaterdag stond ik om kwart voor negen bij de Albert Heijn met mijn telefoon in mijn hand, terwijl ik eigenlijk alleen melk en brood nodig had. Ik zag de schappen met kerstkransjes, wijn en van die dozen voorgemarineerde rollade, en ik voelde meteen die bekende druk achter mijn ogen.

Niet eens omdat het al bijna december was. Vooral omdat ik wist wat er weer zou gebeuren.

Ik ben Marije, 43, ik werk vier dagen per week bij de planning van een thuiszorgorganisatie en ik woon met mijn man Jeroen en onze twee kinderen van twaalf en vijftien in een rijtjeshuis in Amersfoort. Jeroen is geen slechte man. Dat wil ik vooraf zeggen, want zo ligt het ook niet. Hij brengt de kinderen naar sport als ik late dienst heb, hij kookt heus weleens en hij is lief voor mijn vader sinds mijn moeder is overleden.

Maar met de feestdagen verandert hij in iemand die vraagt hoe laat we eten en of er ook stoofpeertjes zijn.

En zijn moeder, Ria, vraagt vanaf half november of we dit jaar weer ‘gewoon bij jullie’ doen. Alsof kerst bij ons thuis vanzelf ontstaat, ergens tussen de kapstok en de vaatwasser.

Vorig jaar hadden we kerstavond met mijn vader, eerste kerstdag met Jeroens familie en tweede kerstdag kwamen mijn zus, haar vriend en hun twee kinderen. Op Oudejaarsavond hadden we dan ook nog buren over de vloer, want Jeroen had in augustus een keer gezegd dat dat gezellig zou zijn. Ik heb voor drie dagen boodschappen gedaan, menu’s bedacht omdat iedereen tegenwoordig iets wel of niet eet, cadeaus geregeld, het huis een beetje toonbaar gemaakt en tussendoor gewerkt.

Ria had op eerste kerstdag gezegd dat de aardappelgratin wat droog was. Niet gemeen, denk ik. Gewoon Ria. Zij zegt ook zonder nadenken dat ik er moe uitzie of dat de kinderen wel erg veel op hun telefoon zitten.

Jeroen zei later in bed: ‘Je had ook niet zo veel hoeven doen.’

Daar werd ik toen vooral stil van. Niet omdat hij ongelijk had, maar omdat hij blijkbaar dacht dat er iemand anders zou opstaan als ik het niet deed.

Dit jaar heb ik in de gezinsapp, waar Jeroen meestal alleen reageert met een duimpje, een lijst gestuurd. Daarna heb ik hem ook in de familie-app gezet, met Ria en zijn zus Ellen erbij. Ik heb er langer over getwijfeld dan ik wil toegeven. Mijn vinger hing echt boven verzenden alsof ik ontslag ging nemen.

Ik schreef dat ik Kerst en Oud en Nieuw graag samen wilde vieren, maar dat ik de organisatie niet meer alleen zou doen. Ik had taken erbij gezet. Jeroen: boodschappen voor kerstavond en vuurwerkvrije snacks voor oudjaarsavond, omdat onze hond vorig jaar de halve avond in de bijkeuken zat te trillen. Ellen: dessert en een bijdrage aan de cadeaus voor de kinderen. Ria: voorgerecht voor eerste kerstdag en contact met oom Kees, die anders op 24 december pas laat weten dat hij toch komt. Ikzelf: hoofdgerecht op eerste kerstdag en het eten op tweede kerstdag, omdat dat mijn eigen familie is.

Ik vond het nog best redelijk van mezelf.

Ria belde me twintig minuten later. Niet Jeroen. Ria.

Ze zei: ‘Meid, ik snap die lijst niet helemaal. Bedoel je dat ik een voorgerecht moet meenemen naar jullie?’

Ik zei ja.

Toen was het even stil. Ik hoorde haar televisie op de achtergrond, waarschijnlijk Koffietijd of iets dergelijks.

‘Maar jij bent toch thuis die dag?’ vroeg ze.

Ik moest echt even nadenken wat ze daarmee bedoelde. Ik werk niet op woensdag en eerste kerstdag viel dit jaar op een woensdag. Dus ja, ik ben thuis. Net als Jeroen overigens, maar dat leek niet mee te tellen.

Ik zei dat thuis zijn niet betekende dat ik tijd over had om voor vijftien mensen alles te regelen.

Ze zuchtte en zei: ‘In mijn tijd deed je dat gewoon als vrouw des huizes. Daar maakte je toch geen heel project van?’

Dat raakte me meer dan ik had verwacht. Misschien omdat ik haar ergens ook begreep. Ria heeft vroeger veel voor haar ouders gezorgd, naast haar baan in een bloemenwinkel. Ze heeft jarenlang elke zondag voor de hele familie gekookt. Alleen: ze vertelt daar altijd over alsof ze het met plezier deed, maar ik heb haar ook vaak genoeg horen zeggen dat niemand ooit hielp met afwassen.

Jeroen kwam die avond thuis en ik vertelde het. Hij zette zijn tas neer en zei meteen: ‘Mam bedoelt het niet verkeerd.’

Dat was precies de verkeerde eerste zin.

Ik zei dat het me niet ging om wat zij bedoelde. Het ging erom dat hij, zijn zus en zijn moeder allemaal blijkbaar vonden dat ik de kerstmachine moest blijven bedienen omdat ik dat altijd had gedaan.

Hij keek me aan alsof ik ineens in een andere taal sprak.

‘Maar het ging toch altijd goed?’ zei hij.

Ik weet nog dat ik toen de vaatwasser open had staan. Ik had een nat glas in mijn hand en ik heb dat veel te hard in het rek gezet. Niet kapot, gelukkig.

‘Voor jullie ging het goed,’ zei ik. ‘Ik was op tweede kerstdag om elf uur ’s avonds nog de jus van de vloer aan het dweilen terwijl jij met je neef buiten stond te praten over voetbal.’

Hij zei dat hij dat niet wist.

En dat geloof ik hem zelfs. Dat is misschien nog het irritantste. Hij zag het niet, omdat hij er niet naar hoefde te kijken.

De dagen erna werd het stroef in huis. Niet schreeuwen of zo. Eerder van die korte gesprekken bij het aanrecht. Jeroen vroeg een keer waar de winterjassen van de kinderen lagen, alsof ik hem expres wilde laten zoeken. Ik zei iets snauwerigs terug dan nodig was. Hij maakte uiteindelijk een eigen boodschappenlijstje, maar vroeg vervolgens of ik even kon controleren of hij niets vergat.

Ik heb gezegd: ‘Nee. Als je iets vergeet, koop je het alsnog.’

Dat voelde kinderachtig, maar ook noodzakelijk.

Afgelopen zondag hebben we bij Ria koffie gedronken om het ‘even door te nemen’. Ellen was er ook. Zij vond mijn lijst eigenlijk prima, zei ze, maar ze had geen idee gehad dat ik altijd ook de cadeaus namens iedereen regelde. Ik dacht dat ze een grap maakte. Blijkbaar stuurde Jeroen haar elk jaar alleen een betaalverzoek achteraf, en dacht zij dat hij dat allemaal organiseerde.

Jeroen keek toen naar zijn koffie. Hij zei niets.

Ria bleef erbij dat het bij een huishouden hoorde dat degene die het meeste thuis was meer deed. Ik heb haar gezegd dat ik niet de meeste thuis ben, ik werk alleen andere uren dan Jeroen. En dat ik best wil koken, maar niet ook de gezinsagenda, de boodschappen, de tafel, de cadeaus, de appjes, de dieetwensen en de rommel van iedereen erbij wil dragen.

Ze zei: ‘Je maakt er wel veel van, Marije.’

Misschien maak ik er ook veel van. Na al die jaren komt het er niet netjes uit. Ik ben niet rustig en helder geweest. Ik heb dingen op één hoop gegooid, zoals dat Jeroen nooit weet wanneer de kinderen een studiedag hebben en dat hij zijn vader belt op zijn verjaardag maar mij vraagt om een cadeau te bestellen. Dat ging niet alleen over kerst. Dat wist ik wel.

Toch is de lijst blijven staan.

Gisteren appte Ria dat ze zalmrolletjes maakt, ‘voor ongeveer twaalf personen, want Kees weet het nog niet’. Ellen neemt tiramisu mee en heeft de cadeaus voor de neefjes besteld. Jeroen is vanmiddag naar de supermarkt gegaan. Hij belde vanuit de auto om te vragen of hij kruidnoten moest meenemen, terwijl het december is en ik niet eens weet of iemand daar trek in heeft.

Ik zei: ‘Als jij ze lekker vindt, neem je ze mee.’

Hij lachte een beetje ongemakkelijk en zei: ‘Oké dan.’

Vanavond ga ik waarschijnlijk alsnog nadenken over servetten en of we genoeg glazen hebben. Zo snel verander ik blijkbaar ook niet. Maar ik heb geen boodschappenlijstje gemaakt voor iedereen. Dat is voor mij al iets.