Mijn man boekte een reis met ons spaargeld, omdat hij vond dat ik onze vrienden niet mocht laten vallen

Ik wist dat er iets niet klopte toen ik de afschrijving in onze bankapp zag. Niet omdat ik meteen begreep waar het voor was, maar omdat er een bedrag stond van 4.860 euro en omdat mijn man, Henk, die ochtend opvallend vroeg de hond was gaan uitlaten.

Bij de omschrijving stond de naam van een reisorganisatie. Ik dacht eerst aan een aanbetaling die ik vergeten was, iets voor de badkamer misschien. We hadden het al jaren over een nieuwe douche, maar uiteindelijk deden we er nooit iets mee. Toen Henk thuiskwam met een zak volkorenbrood onder zijn arm en zijn jas nog aan, vroeg ik het.

Hij keek niet eens echt geschrokken. Eerder alsof ik vroeg hoe laat we die avond zouden eten.

“Dat is voor Portugal,” zei hij. “Met de club. Tien dagen, in september. Hotelletje bij Lagos. Het wordt hartstikke leuk.”

Ik zat met mijn telefoon nog in mijn hand aan de keukentafel. Buiten reed de vuilniswagen door onze straat en de glazen rinkelden in de bak. Ik weet nog dat ik daar ineens heel scherp naar luisterde, omdat ik niet wist wat ik anders moest doen.

“Welke club?” vroeg ik, terwijl ik natuurlijk wist welke.

Onze vriendengroep. We noemen onszelf al jaren de vrijdagclub, hoewel we allang niet meer alleen op vrijdag afspreken. We kennen elkaar sinds eind jaren tachtig. Eerst via de volleybalvereniging en later kwamen de partners erbij. Met z’n achten zijn we: Henk en ik, Paul en Ingrid, Cees en Marja, en Ton en Els. We hebben elkaars kinderen klein gezien, ouders begraven, verhuizingen gedaan, jubilea gevierd. Vroeger gingen we kamperen in Frankrijk met veel te kleine tenten en koelboxen die nooit goed dichtgingen.

Ik hou van die mensen. Dat is ook het ingewikkelde.

Maar sinds Henk in januari met pensioen is, is de vrijdagclub bijna zijn nieuwe baan geworden. Hij maakt schema’s in Excel. Hij reserveert restaurants. Hij stuurt herinneringen in de groepsapp als iemand niet reageert. Hij regelt fietsweekenden, museumbezoek, borrels na de wandeling. Soms staat er op dinsdagmiddag al een schaal met hapjes klaar omdat er ’s avonds “even mensen langskomen”. Even betekent bij Henk meestal tot half twaalf.

In het begin vond ik het aandoenlijk. Hij had ruim 38 jaar bij een installatiebedrijf gewerkt, altijd met deadlines, storingen en een telefoon die ook tijdens vakanties afging. Ik dacht: laat hem maar genieten. Hij was bang geweest voor het zwarte gat na zijn pensioen. Dat zei hij ook letterlijk.

Maar ik had niet verwacht dat mijn eigen agenda daarin gewoon zou verdwijnen.

Ik werk nog twee dagen per week bij de bibliotheek. Niet omdat het financieel per se moet, maar omdat ik het fijn vind. De rest van de week wil ik soms gewoon thuis zijn. Een boek lezen. Met een kop thee op de bank zitten zonder dat ik alvast na moet denken over wie er vegetarisch eet of hoeveel flessen wijn we nodig hebben. Ik ben de laatste tijd sneller moe. Niet ziek, niet depressief, niks dramatisch. Ik wil alleen af en toe stilte.

Als ik zei dat ik niet mee wilde naar een etentje, trok Henk zijn wenkbrauwen op.

“Je hoeft toch niet de hele avond te praten?” zei hij dan.

Of: “Iedereen rekent op ons.”

Dat ‘ons’ begon me tegen te staan. Alsof ik een soort bijlage bij hem was geworden.

Voor die reis naar Portugal had hij al een groepsapp aangemaakt. Ik ontdekte dat later. Er stonden foto’s van het hotel in, met veel uitroeptekens van Els en Ingrid. Henk had geschreven: ‘Eindelijk weer eens met de hele club op pad!’ Ik stond er gewoon tussen, alsof ik al ja had gezegd.

Toen ik hem aan de keukentafel vertelde dat ik niet mee wilde, veranderde zijn gezicht. Eerst dacht hij dat ik een grap maakte.

“Niet mee? Maar ik heb alles al geregeld.”

“Precies,” zei ik. “Jij hebt alles geregeld.”

Hij zei dat de aanbetaling niet terug kon. Ik zei dat we daar dan blijkbaar geld aan kwijt waren. Dat vond hij belachelijk. Hij begon te praten over hoe lang we elkaar al kenden, dat je vriendschappen moet onderhouden en dat mensen op onze leeftijd juist niet achter de geraniums moesten verdwijnen.

Daar had hij ergens ook wel een punt. Mijn eigen moeder werd na het overlijden van mijn vader kleiner in haar leven. Eerst sloeg ze een verjaardag over, toen stopte ze met kaarten en uiteindelijk wilde ze bijna nergens meer heen. Ik heb gezien wat eenzaamheid met iemand kan doen.

Maar ik ben mijn moeder niet. En ik wilde niet dat Henk van zijn angst voor eenzaamheid mijn verplichting maakte.

Ik zei dat ook, veel harder dan ik van plan was.

“Jij bent zo bang om alleen te zijn dat je niet merkt dat ik hier nauwelijks nog ruimte heb.”

Daarna zei hij een tijdje niets. Hij pakte zijn brood uit, legde het op het aanrecht en ging het vervolgens niet snijden. Het was zo’n typisch Henk-moment: boos worden door heel stil en praktisch te doen.

Die avond appte Marja mij apart. ‘Alles goed? Henk zegt dat je misschien twijfelt over Portugal.’ Misschien twijfelt. Alsof ik een beetje kieskeurig was over het zwembad.

Ik heb haar niet meteen geantwoord. De volgende ochtend pas. Ik schreef dat ik rust nodig had en dat ik niet wist of ik mee zou gaan. Zij reageerde lief, eigenlijk. Ze schreef dat ze het snapte, maar ook dat het jammer zou zijn als ik er niet bij was. Een paar minuten later kwam er nog een bericht: ‘Het is natuurlijk ook wel lastig voor Henk, hij heeft er zoveel werk in gestoken.’

Daar werd ik weer kwaad van, terwijl zij dat waarschijnlijk helemaal niet verkeerd bedoelde.

Een week later zaten we bij Paul en Ingrid te eten. Henk had gezegd dat we gewoon moesten gaan, want afzeggen zou alleen maar meer gedoe geven. Ik wilde bijna niet, maar ik dacht ook: ik ga niet thuis zitten alsof ik iets verkeerd heb gedaan.

Het was een gewone avond. Lasagne, te veel rode wijn, verhalen die we allemaal al eens gehoord hadden. Alleen merkte ik dat iedereen om de paar minuten over Portugal begon. Over de kamers, de huurauto’s, een boottocht langs de grotten.

Cees zei lachend: “Anja, jij moet Henk wel een beetje in toom houden hoor. Hij wil volgens mij elke ochtend om acht uur al op pad.”

Ik zei: “Dat hoeft niet, want ik ga niet mee.”

Het werd echt stil. Niet filmstil, maar wel zo stil dat je iemand zijn bestek tegen zijn bord hoorde leggen.

Henk keek me aan alsof ik hem voor schut zette. Ik voelde meteen dat ik het misschien anders had moeten zeggen. Niet daar, niet zo. Maar het was eruit.

Els vroeg voorzichtig of er iets aan de hand was. Henk zei: “Anja heeft ineens besloten dat ze liever thuisblijft.”

Ik zei: “Niet ineens. Alleen heb jij blijkbaar niet geluisterd.”

Paul begon over iets anders, over de verbouwing bij zijn dochter, maar de avond kwam niet meer echt op gang. Toen we naar huis fietsten, zei Henk bijna niets. Bij het stoplicht bij de rotonde zei hij alleen: “Je had me niet zo hoeven neerzetten.”

Ik antwoordde dat hij mij al maanden overal neerzette zonder het te vragen.

Hij is uiteindelijk wel gegaan. Alleen. De tweede plek kreeg zijn broer, die sinds zijn scheiding overal ja op zegt omdat hij anders in zijn appartement in Apeldoorn zit te somberen. Henk zei dat dat financieel de verstandigste oplossing was. Misschien was dat ook zo.

De eerste dagen in Portugal stuurde hij foto’s in de groepsapp. Zon, bier, de zee, Ton met een veel te grote zonnehoed. Ik drukte telkens op het schermpje, keek ernaar en legde mijn telefoon weer weg.

Op de vierde avond belde hij. Niet om ruzie te maken. Hij vroeg of de hond goed at en of ik de planten water gaf. Daarna viel er een stilte.

“Het is anders zonder jou,” zei hij.

Ik zei dat het thuis ook anders was.

Hij kwam vorige week terug, bruiner en stiller dan ik had verwacht. De foto’s staan nog steeds niet in een album. Hij heeft al wel gevraagd of we met kerst bij iedereen thuis zullen eten, om de beurt zoals vroeger. Ik heb gezegd dat hij dat best kan voorstellen, maar dat ik niet beloof dat ik overal ben.

Hij knikte toen. Niet van harte. Meer alsof hij een rekening kreeg die hij liever niet had gezien.

Vanavond komt Marja koffie drinken. Alleen Marja. Henk gaat kaarten bij Paul. Ik heb een appeltaart uit de diepvries gehaald, geen zelfgebakken gedoe. En ik ben benieuwd of we het over Portugal gaan hebben, of juist helemaal niet.