Broederliefde of Familieverplichting? – Het Verhaal van een Broederstrijd
‘Sophie, ik heb je nú nodig. Het regent binnen en de aannemer is niet komen opdagen. Kun je alsjeblieft komen helpen?’ De stem van mijn broer Mark trilde aan de andere kant van de lijn. Het was een gure oktoberavond, de regen tikte onophoudelijk tegen mijn raam. Mijn eerste impuls was om te zeggen dat ik niet kon – ik had een deadline op werk, mijn dochtertje lag ziek in bed, en eerlijk gezegd, voelde ik me leeg. Maar iets in zijn stem, misschien de wanhoop, of misschien het oude schuldgevoel dat altijd op de loer lag, deed me toch mijn jas aantrekken.
Onderweg naar Mark dacht ik aan vroeger. Hoe hij altijd de oudste was, de sterke, de slimme. Maar als het erop aankwam, was ik degene die de boel bij elkaar hield. Toen onze ouders uit elkaar gingen, was ik degene die Mark troostte. Toen hij zijn baan verloor, was ik degene die hem geld leende. Maar als ik hem nodig had, was hij er nooit. ‘Je redt het wel, Soph,’ zei hij dan altijd. ‘Jij bent de sterke van ons twee.’
Ik parkeerde mijn fiets voor zijn flat in Utrecht, mijn schoenen sopten in de plassen. Mark stond in de deuropening, zijn haar nat, zijn blik gespannen. ‘Dank je dat je gekomen bent,’ zei hij zacht. Ik knikte, probeerde mijn ergernis te verbergen. ‘Wat moet er gebeuren?’ vroeg ik, mijn stem vlak.
‘De keuken staat blank. Ik weet niet waar het lekt. Kun jij even kijken? Je bent altijd zo handig.’
Ik zuchtte. Natuurlijk. Mark kon geen spijker in de muur slaan zonder mijn hulp. Terwijl ik met een handdoek het water opveegde, hoorde ik hem bellen met zijn vriendin. ‘Ja, Sophie is er. Ze regelt het wel.’
Die woorden prikten. Alsof ik een soort klusjesman was, geen zus. Terwijl ik onder het aanrecht kroop, voelde ik de frustratie opborrelen. Waarom voelde ik me altijd verplicht? Waarom was het altijd mijn taak om alles op te lossen?
‘Mark, kun je me even helpen?’ riep ik. Hij kwam aangelopen, maar bleef in de deuropening staan. ‘Ik weet niet wat ik moet doen, Soph. Jij bent hier beter in.’
‘Je kunt het ook leren,’ beet ik hem toe. Hij keek verbaasd, alsof ik in een andere taal sprak. ‘Waarom doe je zo?’ vroeg hij gekwetst.
‘Omdat ik moe ben, Mark. Altijd moet ik alles oplossen. Jij belt alleen als je iets nodig hebt. Weet je nog toen ik vorig jaar ziek was? Je kwam niet eens langs.’
Hij keek weg. ‘Ik had het druk…’
‘Je hebt het altijd druk als het om mij gaat. Maar als jij in de problemen zit, moet ik springen.’
Er viel een pijnlijke stilte. De regen kletterde harder tegen het raam. Mark haalde zijn schouders op. ‘Jij bent gewoon sterker dan ik. Jij redt het altijd.’
‘Misschien wil ik ook wel eens zwak zijn,’ fluisterde ik. Mijn stem brak. ‘Misschien wil ik ook wel eens dat iemand voor mij zorgt.’
Mark keek me aan, voor het eerst echt. ‘Dat heb ik nooit zo gezien,’ zei hij zacht. ‘Jij lijkt altijd alles onder controle te hebben.’
‘Dat is omdat ik geen keuze heb,’ zei ik. ‘Omdat niemand anders het doet.’
We werkten zwijgend verder. Ik repareerde de lekkage zo goed als ik kon, maar in mijn hoofd bleef het stormen. Waarom voelde ik me altijd verantwoordelijk voor zijn problemen? Was dit broederliefde, of gewoon een familiekwaal die van generatie op generatie werd doorgegeven?
Toen ik eindelijk klaar was, was het bijna middernacht. Mark bood me een kop thee aan. ‘Sorry dat ik je altijd alles laat oplossen,’ zei hij. ‘Ik weet niet hoe ik dat moet veranderen.’
‘Misschien moet je het gewoon proberen,’ zei ik. ‘Misschien moet je eens beginnen met er voor mij te zijn, als ik je nodig heb.’
Hij knikte, maar ik zag de twijfel in zijn ogen. Zou hij het echt kunnen? Of zou ik altijd degene blijven die alles oplost?
Thuis, terwijl ik mijn dochter instopte, dacht ik aan de avond. Aan de pijn, de frustratie, maar ook aan het kleine sprankje hoop dat Mark misschien eindelijk begreep hoe ik me voelde. Maar diep vanbinnen wist ik dat ik moest leren voor mezelf op te komen, ook als dat betekende dat ik soms nee moest zeggen.
‘Waarom is het zo moeilijk om grenzen te stellen aan de mensen van wie je het meest houdt?’ vroeg ik me af. ‘En wanneer is het genoeg geweest?’
Wat zouden jullie doen in mijn situatie? Zou je blijven helpen, of eindelijk voor jezelf kiezen?