Mijn man stuurde me een factuur voor ons huwelijk – een verhaal over liefde, geld en verraad
‘Dus je denkt echt dat ik je alles verschuldigd ben?’ Mijn stem trilde terwijl ik de mail op mijn telefoon opnieuw las. Het was een regenachtige dinsdagavond in Utrecht, de kinderen lagen net in bed en het huis rook nog naar de lasagne die ik had gemaakt. Jeroen zat aan de andere kant van de kamer, zijn blik strak op zijn laptop gericht.
‘Ik wil gewoon duidelijkheid, Sanne,’ zei hij zonder op te kijken. ‘Het is niet meer dan eerlijk.’
Mijn hart bonsde in mijn keel. Op het scherm stond een Excel-bestand, keurig geordend: boodschappen, vakanties, de nieuwe wasmachine, zelfs de kinderfiets van Maud. Alles stond er, tot op de cent nauwkeurig. En onderaan: Totaal verschuldigd – € 18.432,17.
‘Duidelijkheid?’ Mijn stem sloeg over. ‘Dit is geen duidelijkheid, dit is een rekening voor ons leven samen!’
Hij zuchtte en sloeg zijn laptop dicht. ‘Je begrijpt het niet. Jij hebt nooit iets bijgedragen. Ik heb altijd alles betaald.’
Ik voelde hoe mijn wangen gloeiden van woede en schaamte. Was dat waar? Had ik echt nooit iets bijgedragen? Ja, ik werkte parttime als juf op de basisschool, maar ik deed het huishouden, zorgde voor de kinderen, regelde alles rondom school en sportclubs. Was dat niets waard?
De dagen daarna liep ik als een geest door het huis. Jeroen deed alsof er niets aan de hand was, maar ik kon zijn kille afstandelijkheid voelen in elke blik, elk woord. De kinderen merkten het ook. Maud vroeg: ‘Mama, waarom ben je zo verdrietig?’ Ik kon haar alleen maar vasthouden en fluisteren dat alles goed zou komen.
’s Nachts lag ik wakker en dacht aan vroeger. Aan onze eerste ontmoeting op het terras van De Rechtbank, hoe hij me liet lachen met zijn droge humor. Aan onze bruiloft in het stadhuis, de regen die op het dak tikte terwijl we elkaar beloofden altijd samen te blijven. Wanneer was dat veranderd? Wanneer was liefde een optelsom geworden?
Op een avond hoorde ik Jeroen zachtjes praten in de keuken. Ik sloop naar beneden en hoorde zijn stem door de telefoon: ‘Nee, ze weet nog van niets. Maar het is bijna rond, echt waar.’
Mijn hart sloeg over. Met wie sprak hij? En wat was er bijna rond?
De volgende dag confronteerde ik hem. ‘Met wie sprak je gisteravond?’ vroeg ik terwijl ik probeerde mijn stem vast te houden.
Hij keek me aan met die blik die ik ooit zo lief had gevonden, maar nu alleen nog maar kilte uitstraalde. ‘Het is beter als we uit elkaar gaan, Sanne. Ik heb iemand anders ontmoet.’
De grond verdween onder mijn voeten. Alles wat ik dacht te weten over ons leven, onze liefde, bleek een leugen. De factuur was niet alleen een optelsom van geld – het was de prijs van zijn afscheid.
De weken daarna waren een waas van gesprekken met advocaten, huilbuien in de badkamer en pogingen om de kinderen gerust te stellen. Mijn moeder kwam vaker langs en bracht stamppot mee, zoals vroeger toen ik ziek was.
‘Je bent sterker dan je denkt,’ zei ze terwijl ze mijn hand vasthield.
Maar ik voelde me allesbehalve sterk. Hoe moest ik verder? Hoe moest ik uitleggen aan Maud en Daan dat papa niet meer thuis zou komen? En hoe kon ik ooit nog iemand vertrouwen?
Op een dag vond ik in Mauds schooltas een tekening: papa, mama, Maud en Daan – hand in hand onder een regenboog. Ik brak.
‘Mama?’ vroeg ze zachtjes terwijl ze naast me kwam zitten op de bank.
‘Ja lieverd?’
‘Komt papa ooit nog terug?’
Ik slikte en keek haar aan. ‘Ik weet het niet, schatje. Maar wat er ook gebeurt, wij blijven altijd samen.’
Langzaam begon ik mezelf weer op te rapen. Ik vond steun bij vriendinnen – Anouk die me meenam naar yoga, Femke die luisterde zonder te oordelen. Ik ging meer werken op school en merkte dat ik daar weer plezier in kreeg.
Jeroen kwam af en toe langs om de kinderen op te halen. Elke keer voelde als een messteek, vooral als hij zijn nieuwe vriendin – Marloes – meenam. Ze was jonger dan ik, met lang blond haar en een glimlach die alles leek te weten.
Op een dag stond Jeroen onverwacht voor de deur met een bos bloemen.
‘Sanne… het spijt me,’ zei hij zacht.
Ik keek hem aan en voelde voor het eerst geen woede meer, alleen verdriet om wat verloren was gegaan.
‘Waarom heb je me nooit gewoon verteld dat je ongelukkig was?’ vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik wist niet hoe.’
We praatten lang die avond – over vroeger, over waar het misging, over de kinderen. Het bracht geen verzoening, maar wel begrip.
Nu, maanden later, bouw ik langzaam aan een nieuw leven met Maud en Daan. Het is niet makkelijk – elke dag is er pijn om wat had kunnen zijn. Maar er is ook hoop.
Soms vraag ik me af: hoeveel is liefde eigenlijk waard? En wanneer wordt het tijd om jezelf weer op de eerste plaats te zetten? Misschien hebben jullie daar ook wel eens over nagedacht…