Die zomer aan het IJsselmeer die mijn gezin brak: De waarheid over vakantie met mijn schoonmoeder
‘Waarom moet jij altijd zo moeilijk doen, Marloes?’ De stem van mijn schoonmoeder, Gerda, sneed door de kleine woonkamer van het vakantiehuisje aan het IJsselmeer. Mijn handen trilden terwijl ik de koffiekop stevig vasthield. Buiten scheen de zon, kinderen lachten op het strand, maar binnen voelde het alsof de muren op me afkwamen.
‘Ik doe niet moeilijk, Gerda. Ik wil gewoon dat we afspraken maken over het eten en de kinderen,’ probeerde ik rustig te blijven. Mijn man, Jeroen, zat zwijgend naast me, zijn blik strak op zijn telefoon gericht. Ik voelde me alleen, verraden zelfs.
Het was onze eerste gezinsvakantie sinds jaren. Jeroen had voorgesteld om zijn moeder mee te nemen, omdat ze zich zo eenzaam voelde sinds haar man was overleden. Ik had ingestemd, uit medelijden en misschien ook uit plichtsbesef. Maar al op de eerste dag voelde ik dat er iets niet klopte. Gerda nam het huisje over alsof het haar eigendom was. Ze bepaalde wanneer we aten, wat we aten, en zelfs wanneer de kinderen naar bed moesten.
‘Jij weet toch dat de kinderen niet zo laat naar bed kunnen?’ zei ze die avond tegen me, terwijl ze mijn dochtertje Lotte over haar bol aaide. ‘Dat is niet goed voor ze.’
Ik beet op mijn lip. ‘Ze hebben vakantie, Gerda. Eén keertje wat later kan geen kwaad.’
Jeroen zuchtte. ‘Kunnen jullie niet gewoon normaal doen? Het is vakantie.’
Maar het was geen vakantie voor mij. Elke dag voelde als een strijd. Gerda bemoeide zich overal mee: van hoe ik mijn koffie zette tot hoe ik met Jeroen sprak. Ze maakte opmerkingen over mijn kleding – ‘Is dat nou een jurk voor een moeder?’ – en over mijn werk – ‘Misschien moet je wat minder werken, dan heb je meer tijd voor het gezin.’
Op een avond, toen de kinderen sliepen en Jeroen buiten zat te roken, stond ik in de keuken af te wassen. Gerda kwam naast me staan.
‘Weet je, Marloes,’ begon ze zacht, ‘ik snap dat het niet makkelijk is om moeder te zijn. Maar sommige vrouwen zijn er gewoon niet voor gemaakt.’
Ik voelde hoe mijn hart in mijn keel klopte. ‘Wat bedoel je daarmee?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Je lijkt altijd zo gespannen. Misschien moet je wat meer loslaten.’
Ik draaide me om en keek haar recht aan. ‘Misschien moet u wat minder oordelen.’
Ze lachte schamper en liep weg.
Die nacht lag ik wakker naast Jeroen. Ik wilde hem vertellen hoe ik me voelde, maar hij draaide zich steeds van me af. Toen ik eindelijk fluisterde: ‘Jeroen, kun je alsjeblieft iets zeggen?’, antwoordde hij alleen: ‘Je weet hoe ze is. Laat het gewoon gaan.’
Maar ik kon het niet laten gaan. De volgende dag barstte de bom tijdens het ontbijt.
‘Waarom geef je Lotte chocopasta? Dat is toch geen ontbijt!’ riep Gerda uit.
‘Omdat ze dat lekker vindt en het vakantie is,’ zei ik fel.
‘Je denkt alleen maar aan jezelf,’ beet ze me toe.
‘Nu is het genoeg!’ schreeuwde ik, tot mijn eigen verbazing. ‘Dit is mijn gezin! U bent hier te gast!’
Jeroen sprong op. ‘Marloes! Doe normaal! Je hoeft niet zo tegen mijn moeder te schreeuwen!’
Ik voelde tranen branden achter mijn ogen. ‘En jij? Jij zegt nooit iets! Je laat haar alles bepalen!’
De kinderen keken geschrokken toe. Lotte begon te huilen.
Die dag liep ik alleen langs het IJsselmeer, de wind sneed langs mijn gezicht. Ik dacht aan vroeger, aan hoe Jeroen en ik samen lachten om kleine dingen. Hoe we droomden van een gezin, van vakanties vol liefde en rust. Maar nu voelde alles als een leugen.
’s Avonds probeerde ik met Jeroen te praten.
‘Ik voel me zo alleen,’ zei ik zacht.
Hij keek me niet aan. ‘Misschien moet je gewoon wat flexibeler zijn.’
‘Flexibeler? Ik ben al maanden aan het buigen en breken voor jullie!’
Hij haalde zijn schouders op en liep weg.
De dagen daarna werd alles kouder tussen ons. Gerda deed alsof er niets gebeurd was, maar haar blikken spraken boekdelen. Ze fluisterde met Jeroen als ik niet in de kamer was. De kinderen voelden de spanning en werden drukker dan ooit.
Op de laatste avond van de vakantie zat ik alleen op het strandje, starend naar de ondergaande zon. Mijn hart voelde zwaar en leeg tegelijk.
Jeroen kwam naast me zitten.
‘We moeten praten,’ zei hij.
Ik knikte.
‘Misschien… misschien moeten we even afstand nemen als we thuis zijn,’ zei hij zonder me aan te kijken.
Ik slikte. ‘Wil je dat echt?’
Hij knikte langzaam.
Die zomer aan het IJsselmeer heeft alles veranderd. Mijn vertrouwen in Jeroen is gebroken, mijn relatie met Gerda is onherstelbaar beschadigd. Soms vraag ik me af of ik ooit nog mezelf kan zijn in dit gezin – of dat ik altijd zal moeten vechten voor een plek die eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn.
Hebben jullie ooit zo’n vakantie meegemaakt? Wat zou jij doen als je moest kiezen tussen jezelf en je gezin?