‘Waarom mag ik mijn eigen geld niet beheren?’ – Mijn strijd om financiële vrijheid binnen mijn huwelijk
‘Waarom mag ik mijn eigen geld niet beheren, Sander?’ Mijn stem trilt, maar ik probeer vastberaden te klinken. Sander kijkt niet op van zijn laptop, zijn vingers ratelen verder over het toetsenbord. ‘Omdat het zo beter werkt, Marjolein. We hebben het altijd zo gedaan.’
Altijd zo gedaan. Alsof dat een antwoord is. Alsof de situatie niet veranderd is sinds ik vorig jaar die promotie kreeg bij het architectenbureau in Utrecht. Sindsdien verdien ik bijna twee keer zoveel als Sander, maar toch krijg ik elke maand een vast bedrag toegestopt voor de boodschappen, alsof ik een kind ben dat zakgeld ontvangt.
Ik loop naar het raam en kijk uit over de natte straat. De regen slaat tegen het glas, net zo hard als de frustratie in mijn borst bonkt. ‘Weet je nog, toen we net samenwoonden in Amersfoort? Toen maakten we samen plannen, spaarden we samen voor onze eerste vakantie naar Texel. Nu weet ik niet eens meer wat er op onze gezamenlijke rekening gebeurt.’
Sander zucht diep en klapt zijn laptop dicht. ‘Je weet toch dat ik goed ben met geld. Jij hebt altijd alles uitgegeven aan onzin. Nieuwe schoenen, koffietjes met vriendinnen…’
‘Dat was jaren geleden! Ik ben veranderd, Sander. Ik heb verantwoordelijkheden nu. Op mijn werk vertrouwt men mij met miljoenenprojecten, maar thuis mag ik niet eens weten hoeveel er op onze spaarrekening staat.’
Hij kijkt me eindelijk aan, zijn blauwe ogen koud en gesloten. ‘Het is gewoon makkelijker zo. Jij hoeft je geen zorgen te maken.’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen, maar ik slik ze weg. Ik wil niet zwak lijken. Niet nu.
De stilte tussen ons is dik en zwaar. In de keuken hoor ik onze dochter Noor zachtjes zingen terwijl ze haar Playmobil-poppetjes rangschikt. Voor haar probeer ik sterk te blijven, maar het voelt alsof ik langzaam verdwijn in mijn eigen huis.
’s Avonds lig ik wakker naast Sander, luisterend naar zijn regelmatige ademhaling. Mijn gedachten razen. Hoe is het zover gekomen? We waren ooit gelijkwaardig, partners in alles. Nu voel ik me een indringer in mijn eigen leven.
De volgende ochtend probeer ik het opnieuw. ‘Sander, kunnen we misschien samen naar onze financiën kijken? Ik wil gewoon weten waar we staan.’
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Vertrouw je me niet dan?’
‘Het gaat niet om vertrouwen,’ zeg ik zacht. ‘Het gaat om eerlijkheid. Om samen beslissingen nemen.’
Hij schudt zijn hoofd en pakt zijn autosleutels. ‘Ik moet naar mijn werk. We praten hier vanavond wel over.’
Maar ’s avonds komt het er niet van. Noor heeft buikpijn, er moet gekookt worden, de was stapelt zich op. Het gesprek wordt uitgesteld, zoals altijd.
Op mijn werk probeer ik me te concentreren op de nieuwe opdracht: een duurzaam appartementencomplex in Leidsche Rijn. Mijn collega’s lachen om een grapje bij de koffieautomaat, maar ik voel me leeg. Niemand weet wat er thuis speelt.
Tijdens de lunch vraagt mijn vriendin en collega Sanne: ‘Gaat het wel goed met je? Je bent zo stil de laatste tijd.’
Ik twijfel even, maar dan barst het eruit. ‘Sanne, heb jij en Bas gezamenlijke rekeningen? Hoe doen jullie dat eigenlijk?’
Ze kijkt verbaasd op. ‘Ja natuurlijk! We hebben allebei toegang tot alles. Waarom vraag je dat?’
Ik vertel haar voorzichtig hoe Sander alles regelt en dat ik geen inzicht heb in onze financiën.
Sanne fronst haar wenkbrauwen. ‘Maar Marjolein… dat klinkt niet gezond. Je hebt toch recht op inzicht? Zeker als jij het meeste verdient!’
Haar woorden blijven hangen als een echo in mijn hoofd.
’s Avonds probeer ik het opnieuw bij Sander. ‘Ik heb met Sanne gepraat over hoe zij hun geldzaken regelen. Misschien kunnen wij ook eens…’
‘Moet je nu ook al advies van anderen aannemen?’ snauwt hij.
‘Ik wil gewoon dat we eerlijk zijn naar elkaar toe,’ zeg ik zacht.
Hij draait zich om en loopt de kamer uit.
De dagen verstrijken en de spanning groeit. Noor merkt het ook; ze vraagt steeds vaker of we boos zijn op elkaar.
Op een avond, als Noor bij haar oma logeert, besluit ik dat het genoeg is.
‘Sander, we moeten praten. Echt praten.’
Hij zucht en gaat tegenover me zitten aan de keukentafel.
‘Ik voel me buitengesloten,’ begin ik. ‘Alsof ik niet meetel in ons gezin. Ik wil samen beslissingen nemen over ons geld, over onze toekomst.’
Hij kijkt weg, zijn kaken gespannen.
‘Waarom wil je dit ineens allemaal veranderen?’ vraagt hij uiteindelijk.
‘Omdat ik me ongelukkig voel,’ fluister ik. ‘Omdat dit niet eerlijk is.’
Er volgt een lange stilte.
‘Misschien… misschien moeten we hulp zoeken,’ zegt hij dan schor.
Het is een kleine opening, maar genoeg om adem te halen.
We maken een afspraak bij een relatietherapeut in de stad. De eerste sessie is ongemakkelijk; we zitten stijf naast elkaar op de bank terwijl de therapeut vragen stelt over vertrouwen en controle.
Langzaam komen de verhalen los: over Sander die zich onzeker voelt omdat hij minder verdient, over mijn verlangen naar gelijkwaardigheid.
Het is pijnlijk om te horen hoe diep onze wonden zitten.
Na weken praten lukt het ons om samen naar de bank te gaan en alle rekeningen open te leggen. Voor het eerst in jaren zie ik waar ons geld naartoe gaat – en hoeveel er eigenlijk is.
Het vertrouwen groeit langzaam terug, maar het blijft broos.
Soms betrap ik mezelf erop dat ik nog steeds bang ben om iets te vragen over geld, bang voor een nieuwe ruzie.
Maar er is hoop.
Noor tekent ons gezin met drie lachende poppetjes en zegt: ‘Nu zijn jullie weer vrienden hè?’
Ik glimlach door mijn tranen heen en hoop dat ze gelijk heeft.
Hebben anderen dit ook meegemaakt? Hoe hebben jullie het opgelost? Is gelijkwaardigheid in een relatie echt mogelijk als één van beiden controle wil houden?