Mijn schoonmoeder probeerde te helpen, maar alles liep uit de hand – Is mijn huwelijk nu voorbij?

‘Je doet het verkeerd, Eva. Zo houd je een baby niet vast.’

De stem van mijn schoonmoeder, Marijke, sneed door de stilte in onze kleine woonkamer in Utrecht. Ik voelde het bloed naar mijn wangen stijgen terwijl ik Mason, mijn drie maanden oude zoontje, voorzichtig tegen mijn borst wiegde. Mijn man, Jeroen, zat op de bank en keek ongemakkelijk naar zijn telefoon. Hij zei niets. Zoals altijd.

‘Ik heb drie kinderen grootgebracht,’ ging Marijke verder, haar stem doordrenkt met een mengeling van trots en verwijt. ‘En geen van hen huilde zo veel als Mason.’

Ik kneep mijn kaken op elkaar. ‘Misschien is hij gewoon moe,’ probeerde ik zachtjes.

‘Misschien geef je hem niet genoeg structuur,’ antwoordde ze scherp. ‘Of misschien…’ Ze liet haar zin hangen, maar haar blik sprak boekdelen.

Het was alsof ik elke dag opnieuw examen moest doen voor het moederschap, en Marijke was de strenge lerares die nooit tevreden was. Toen Jeroen en ik trouwden, had ik haar maar twee keer ontmoet: één keer bij een ongemakkelijk familiediner en daarna op onze bruiloft, waar ze me met een kille glimlach feliciteerde. Daarna bleef ze op afstand, woonde bij haar oudste dochter Anouk in Amersfoort, en ik dacht dat het zo zou blijven.

Maar toen Mason werd geboren, veranderde alles. Marijke stond plotseling elke week op de stoep, met tassen vol zelfgebakken koekjes en goedbedoelde adviezen die als dolken aanvoelden. In het begin probeerde ik dankbaar te zijn. Ze bedoelde het vast goed, hield ik mezelf voor. Maar naarmate de weken verstreken, voelde haar aanwezigheid steeds meer als een indringer in ons huis – en in mijn huwelijk.

‘Waarom zeg je nooit iets?’ siste ik tegen Jeroen toen Marijke even naar de wc was. ‘Je laat haar gewoon…’

Hij haalde zijn schouders op. ‘Ze bedoelt het goed, Eva. Ze wil alleen helpen.’

‘Maar ik wil haar hulp niet!’ Mijn stem brak. ‘Ik wil dat jij mij steunt.’

Jeroen keek me aan met die lege blik die ik inmiddels zo goed kende. ‘Ik zit er ook maar tussenin.’

Die nacht lag ik wakker naast hem, luisterend naar zijn regelmatige ademhaling en het zachte gesnurk van Mason in de wieg naast ons bed. Ik voelde me alleen, verloren in een huis dat niet meer als thuis voelde.

De volgende ochtend stond Marijke alweer vroeg op de stoep. ‘Ik heb verse erwtensoep gemaakt,’ zei ze opgewekt terwijl ze binnenstapte zonder op antwoord te wachten. Ze zette haar tas op het aanrecht en begon meteen Mason’s flesjes te inspecteren.

‘Je moet die beter uitkoken,’ zei ze streng. ‘Bacteriën liggen overal op de loer.’

Ik beet op mijn lip en probeerde niet te huilen. Mijn eigen moeder woonde in Groningen en kon niet vaak langskomen; zij was altijd warm en geruststellend geweest, nooit zo kritisch als Marijke.

Op een middag, toen Mason eindelijk sliep en ik even wilde uitrusten, hoorde ik Marijke fluisteren in de keuken met Jeroen.

‘Ze is zo onzeker,’ hoorde ik haar zeggen. ‘Misschien moet je haar wat meer begeleiden. Of misschien…’

‘Mam, hou op,’ zei Jeroen zachtjes. Maar zijn stem klonk zwak.

Die avond barstte de bom. Ik stond te koken toen Marijke ineens begon over Mason’s voeding.

‘Je moet overstappen op flesvoeding,’ zei ze beslist. ‘Je melk is vast niet voedzaam genoeg.’

‘Dat bepaal ik zelf wel!’ riep ik uit, harder dan ik wilde.

Marijke keek me aan alsof ik gek was geworden. ‘Ik probeer alleen te helpen.’

‘Nou, dat hoeft niet! Ga alsjeblieft weg!’

Jeroen sprong op van de bank. ‘Eva! Doe normaal!’

‘Nee!’ Mijn stem trilde van woede en verdriet. ‘Dit is mijn huis! Mijn kind! Waarom mag ik niet gewoon moeder zijn op mijn eigen manier?’

Marijke pakte haar tas en liep zonder nog iets te zeggen de deur uit. De stilte die achterbleef was oorverdovend.

Jeroen keek me aan met een mengeling van woede en teleurstelling. ‘Waarom moet je altijd zo dramatisch doen?’

‘Omdat niemand naar mij luistert!’ snikte ik.

Die nacht sliep Jeroen op de bank. Ik lag alleen in bed, Mason dicht tegen me aan gedrukt, en vroeg me af hoe het zover had kunnen komen.

De dagen daarna was het ijzig stil in huis. Jeroen sprak nauwelijks tegen me; hij kwam laat thuis van zijn werk en verdween meteen naar boven om te gamen of tv te kijken. Ik voelde me steeds meer opgesloten in mijn eigen leven.

Op een avond belde Anouk, Jeroens zus. ‘Mam is helemaal overstuur,’ zei ze verwijtend. ‘Ze wilde alleen maar helpen.’

‘Misschien moet ze leren loslaten,’ antwoordde ik moeizaam.

‘Jij bent ook niet makkelijk,’ beet Anouk me toe voordat ze ophing.

Ik voelde me verraden door iedereen om me heen – behalve door Mason, die onschuldig tegen me aan lag te slapen.

Na een paar weken kwam Marijke weer langs, dit keer met Anouk aan haar zijde als morele steun.

‘We moeten praten,’ zei Marijke plechtig terwijl ze aan tafel ging zitten.

Ik voelde mijn hart bonzen in mijn borstkas. ‘Over wat?’

‘Over hoe we verder moeten,’ zei Anouk streng. ‘Dit kan zo niet langer.’

Jeroen zat erbij als een schim van zichzelf, zijn blik gericht op zijn handen.

‘Eva,’ begon Marijke aarzelend, ‘ik zie dat je het moeilijk hebt. Maar ik wil alleen maar dat Mason gelukkig is.’

‘En denk je dat hij gelukkig wordt van al die spanning?’ vroeg ik zachtjes.

Er viel een lange stilte.

‘Misschien moeten we elkaar wat ruimte geven,’ zei Jeroen uiteindelijk schor.

Die woorden voelden als een klap in mijn gezicht.

De weken daarna probeerden we afstand te houden van Marijke, maar het kwaad was al geschied. Jeroen trok zich steeds verder terug; we praatten nauwelijks nog met elkaar behalve over praktische zaken als boodschappen of Mason’s luiers.

Op een avond zat ik alleen aan tafel met een kop lauwe thee toen Jeroen thuiskwam.

‘We moeten praten,’ zei hij zonder me aan te kijken.

Mijn hart sloeg over.

‘Ik weet niet of dit nog werkt,’ fluisterde hij. ‘We maken alleen maar ruzie…’

Ik voelde tranen branden achter mijn ogen. ‘Wil je dan weg?’

Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik weet het niet meer.’

Die nacht lag ik wakker, luisterend naar het zachte ademhalen van Mason en het lege bed naast me.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Hoe kan liefde zo snel veranderen in afstand? En wat moet ik nu doen – vechten voor mijn gezin of mezelf eindelijk eens op de eerste plaats zetten?

Hebben jullie ooit meegemaakt dat familie zich teveel bemoeide? Wat zou jij doen als je in mijn schoenen stond?