Oudjaarsavond vol Onuitgesproken Woorden: Tussen Liefde en Verlangen naar Rust
‘Waarom kun je niet gewoon één keer meegaan in mijn plannen, Eva?’ Michaels stem trilt van frustratie terwijl hij in de keuken staat, zijn handen stevig om de rand van het aanrecht geklemd. Buiten knallen de eerste vuurpijlen, maar binnen is het stil. Te stil.
Ik slik, voel hoe mijn hart bonkt in mijn keel. ‘Omdat ik niet wíl, Michael. Ik wil geen huis vol mensen. Niet vanavond. Niet als het jaar eindigt en alles in mij schreeuwt om rust.’ Mijn stem is zachter dan ik bedoel, bijna smekend.
Hij draait zich om, zijn ogen donker. ‘Altijd hetzelfde liedje. Jij en je behoefte aan stilte. Het is oudjaarsavond! Iedereen viert feest, behalve jij.’
Ik kijk naar de klok boven het fornuis. 19:12. Nog uren te gaan tot middernacht, maar het voelt alsof de tijd stilstaat. Mijn gedachten razen: Waarom begrijpt hij me niet? Waarom voel ik me zo alleen in mijn eigen huis?
De kinderen, Lotte en Bram, zitten boven op hun kamers. Ze zijn oud genoeg om de spanning te voelen, jong genoeg om zich er nog niet helemaal in te mengen. Ik hoor Lotte zachtjes haar favoriete liedje meezingen, een schrale troost.
Michael pakt zijn telefoon en begint te typen in de groepsapp met zijn vrienden. ‘Ze komen gewoon, Eva. Je kunt je best doen om het te verpesten, maar ik heb er genoeg van om altijd rekening te houden met jouw wensen.’
De woorden snijden dieper dan ik wil toegeven. Ik draai me om en loop naar de woonkamer, waar de kerstboom nog net niet begint te verdorren. De lichtjes flikkeren ongeïnteresseerd. Ik plof op de bank en trek mijn benen op, staar naar buiten waar de regen zachtjes tegen het raam tikt.
Mijn gedachten dwalen af naar vroeger, toen Michael en ik nog jong waren. We vierden oud en nieuw altijd samen, met een fles goedkope bubbels op het balkon van ons eerste flatje in Utrecht. We droomden van een huis vol warmte en liefde – niet van ruzies over feestjes.
‘Eva?’ Lotte staat ineens naast me, haar gezichtje bezorgd. ‘Gaat het?’
Ik glimlach flauwtjes. ‘Het komt wel goed, lieverd.’ Maar zelfs voor mezelf klinkt het hol.
De avond vordert traag. Michael sjouwt met stoelen, zet glazen klaar, draait muziek die ik niet kan uitstaan. Om half negen gaat de bel: zijn vrienden druppelen binnen, lachen luid alsof ze niets merken van de spanning die als een mist door het huis hangt.
‘Eva! Gezellig!’ roept Marieke terwijl ze me drie zoenen geeft. Haar man Paul volgt met een krat bier onder zijn arm.
Ik pers een glimlach uit mijn gezicht en bied drankjes aan, maar voel me een figurant in mijn eigen leven. De gesprekken gaan over vakanties, werkstress en kinderen die te veel gamen. Niemand vraagt hoe het écht met me gaat.
In de keuken hoor ik Michael hard lachen met Paul. ‘Ze snapt het gewoon niet, man,’ vang ik op. ‘Altijd dat gezeur over rust.’
Mijn handen trillen als ik glazen afwas die ik niet eens heb gebruikt. Ik wil schreeuwen, maar slik mijn woorden in.
Rond elf uur sluip ik naar boven, trek me terug op ons bed met een boek dat ik toch niet lees. Beneden klinkt muziek en gelach; boven is het stil. Lotte komt naast me liggen, haar hoofd op mijn schouder.
‘Waarom zijn jullie boos op elkaar?’ fluistert ze.
Ik aai haar haren. ‘Papa en mama willen allebei iets anders vanavond. Soms is dat moeilijk.’
Ze knikt wijs voor haar twaalf jaar. ‘Misschien moeten jullie gewoon zeggen wat jullie voelen.’
Haar woorden raken me dieper dan ze beseft.
Om kwart voor twaalf hoor ik Michael roepen: ‘Eva! Kom je? Het is bijna middernacht!’
Ik twijfel even, maar loop dan toch naar beneden. De kamer is vol mensen die aftellen met champagne in hun hand.
‘Tien… negen… acht…’
Michael zoekt mijn blik, zijn ogen smeken om vergeving of misschien begrip.
‘Drie… twee… één… Gelukkig nieuwjaar!’
Iedereen kust elkaar, proost luidruchtig. Michael kust me vluchtig op mijn wang. ‘Gelukkig nieuwjaar,’ zegt hij zacht.
Ik kijk hem aan, voel tranen branden achter mijn ogen. ‘Is dit wat je wilde?’ fluister ik.
Hij slikt zichtbaar. ‘Ik wilde gewoon samen gelukkig zijn.’
‘Maar wat als gelukkig zijn voor jou iets anders betekent dan voor mij?’ Mijn stem breekt.
Hij kijkt weg, lacht ongemakkelijk tegen Paul die hem op de schouder slaat.
De rest van de nacht ben ik aanwezig maar voel me afwezig. Ik lach wanneer het moet, schenk drankjes bij, maar tel ondertussen de minuten tot iedereen vertrekt.
Als het huis eindelijk leeg is en Michael de deur achter de laatste gast sluit, blijft hij even staan met zijn hand op de klink.
‘Eva…’ begint hij aarzelend.
Ik kijk hem aan, moe tot in mijn botten.
‘We moeten praten,’ zegt hij zacht.
Ik knik alleen maar.
Boven hoor ik Bram zachtjes snurken; Lotte slaapt met haar hoofd op mijn kussen.
Michael komt naast me zitten op de bank. ‘Ik weet dat ik soms te veel wil,’ zegt hij na een lange stilte. ‘Maar ik ben bang dat als we alleen zijn… dat we elkaar kwijt raken.’
Mijn hart krimpt samen bij zijn woorden.
‘Misschien zijn we elkaar al een beetje kwijtgeraakt,’ fluister ik terug.
Hij pakt mijn hand vast – aarzelend eerst, dan steviger.
‘Wil je dat we vechten voor ons?’ vraagt hij uiteindelijk.
Ik kijk hem aan en weet het antwoord niet zeker. Maar ergens diep vanbinnen voel ik hoop – of misschien is het gewoon verlangen naar wat ooit was.
‘Ik weet het niet,’ zeg ik eerlijk. ‘Maar ik wil het proberen.’
Buiten knalt er nog een laatste vuurpijl; binnen is het eindelijk stil genoeg om elkaar weer te horen.
Soms vraag ik me af: hoeveel compromissen kan een mens sluiten voordat je jezelf verliest? En wat betekent samen zijn als je verlangens zo ver uit elkaar liggen? Wat zouden jullie doen als je moest kiezen tussen liefde en jezelf?