Waarom haat je me, terwijl ik alles voor je doe? Mijn leven in de schaduw van mijn schoonmoeder
‘Waarom ben je alweer zo laat, Eva? Het eten is koud en Mark is al thuis!’ De stem van Ria snijdt als een mes door de stilte van de gang. Mijn handen trillen als ik mijn jas ophang. Ik voel haar ogen prikken in mijn rug, haar oordeel zwaar als lood.
‘Sorry, Ria. Het verkeer stond vast bij de A12 en—’
‘Altijd excuses,’ onderbreekt ze me. ‘Als je echt je best deed, was je op tijd.’
Ik slik de woorden weg die op mijn tong branden. Ik wil schreeuwen dat ik alles probeer, dat ik mezelf voorbijloop om het haar naar de zin te maken. Maar ik weet dat het geen zin heeft. Mark zit in de woonkamer, verdiept in zijn telefoon. Hij kijkt niet op als ik binnenkom.
‘Hoi lieverd,’ probeer ik zachtjes.
‘Hé,’ mompelt hij zonder op te kijken.
Ria schuift het bord met lauwe stamppot naar me toe. ‘Eet maar snel op, straks moet je nog de was doen. En vergeet niet dat de ramen nog vies zijn.’
Ik knik zwijgend. Sinds Mark en ik vorig jaar bij zijn moeder zijn ingetrokken – tijdelijk, tot we iets voor onszelf vinden – is mijn leven veranderd in een eindeloze reeks taken en vernederingen. Elke dag opnieuw probeer ik te bewijzen dat ik goed genoeg ben voor haar zoon. Maar hoe harder ik mijn best doe, hoe meer ze lijkt te genieten van mijn falen.
’s Nachts lig ik wakker naast Mark, die rustig slaapt. Ik staar naar het plafond en vraag me af hoe het zover is gekomen. Mijn eigen moeder zegt altijd: ‘Je moet voor jezelf opkomen, Eva.’ Maar hoe doe je dat als je nergens welkom lijkt?
De volgende ochtend hoor ik Ria alweer rommelen in de keuken. ‘Eva! Kom je nog helpen of blijf je de hele dag in bed liggen?’
Ik spring overeind en haast me naar beneden. De geur van aangebrande koffie hangt in de lucht.
‘Je had gisteren beloofd de boodschappen te doen,’ zegt ze verwijtend.
‘Dat heb ik gedaan,’ zeg ik zacht. ‘Alles staat in de kast.’
Ze kijkt me aan met die blik die me altijd het gevoel geeft dat ik een kind ben dat iets verkeerds heeft gedaan. ‘Je hebt geen volkorenbrood gehaald. Mark eet alleen volkoren.’
Mark komt binnen, geeuwt en pakt een glas water. ‘Laat haar nou eens met rust, mam.’
Mijn hart maakt een sprongetje van hoop, maar Ria snuift alleen. ‘Als jij haar niet opvoedt, moet iemand het doen.’
Mark zucht en loopt weer weg. Ik blijf achter met Ria’s kille blik op me gericht.
Op mijn werk kan ik me nauwelijks concentreren. Mijn collega’s vragen of alles goed gaat, maar ik lach het weg. Niemand weet hoe het echt is om elke dag te leven met iemand die je nooit goed genoeg vindt.
’s Avonds zit ik aan tafel met Mark en Ria. Ze praat over vroeger, over hoe hard ze heeft gewerkt om Mark op te voeden na het overlijden van zijn vader. ‘Ik heb alles opgeofferd voor hem,’ zegt ze met tranen in haar ogen.
Mark knikt zwijgend.
‘En nu geef ik alles op om jullie te helpen,’ vervolgt ze, terwijl ze mij aankijkt alsof ik ondankbaar ben.
Ik voel de tranen branden achter mijn ogen. ‘We zijn je dankbaar, Ria,’ fluister ik.
Ze negeert me en richt zich tot Mark: ‘Je verdient beter dan dit.’
Die nacht huil ik stilletjes in bed. Mark draait zich om en legt zijn hand op mijn schouder.
‘Het komt wel goed, Eva,’ zegt hij slaperig.
Maar wat als het niet goedkomt? Wat als dit alles is wat er ooit zal zijn?
De dagen rijgen zich aaneen als grijze kralen aan een ketting. Ik doe alles wat Ria vraagt: poetsen, koken, wassen, boodschappen doen. Toch blijft haar kritiek onophoudelijk.
Op een zondagmiddag komt mijn moeder langs. Ze ziet meteen dat er iets mis is.
‘Eva, kom even mee naar buiten,’ zegt ze zacht.
Buiten op het bankje voor het huis barst ik in tranen uit.
‘Ik kan niet meer, mam,’ snik ik. ‘Ze haat me gewoon.’
Mijn moeder slaat een arm om me heen. ‘Je moet voor jezelf kiezen, lieverd. Dit is geen leven.’
Maar hoe? Waar moeten Mark en ik heen? We hebben geen geld voor een eigen huis en Mark lijkt niet te willen zien hoe erg het is.
Die avond probeer ik met Mark te praten.
‘Mark, kunnen we niet ergens anders gaan wonen? Desnoods een klein appartementje?’
Hij zucht diep. ‘We hebben het hier toch goed? Mam helpt ons met alles.’
‘Maar ze maakt me kapot,’ fluister ik.
Hij kijkt me aan alsof hij me niet begrijpt. ‘Je overdrijft gewoon. Mam bedoelt het goed.’
Ik voel iets breken in mij. Voor het eerst vraag ik me af of Mark ooit echt voor mij zal kiezen.
De weken verstrijken en de spanning groeit. Op een avond komt Ria boos de kamer binnen stormen.
‘Ik ben er klaar mee! Je doet nooit iets goed! Je maakt mijn zoon ongelukkig!’
Mark springt op. ‘Mam, hou op!’
Ria draait zich naar hem toe: ‘Zij hoort hier niet! Zij verpest alles!’
Ik sta op en loop naar boven, mijn hart bonkt in mijn keel. In de badkamer kijk ik mezelf aan in de spiegel. Mijn ogen zijn rood van het huilen, mijn gezicht grauw van vermoeidheid.
Hoe ben ik hier beland? Waar is de vrolijke Eva gebleven die ooit droomde van een warm gezin?
De volgende ochtend pak ik mijn tas en ga naar mijn werk zonder afscheid te nemen. Op kantoor staar ik uit het raam terwijl de regen tegen het glas tikt.
Mijn collega Sanne schuift haar stoel dichterbij. ‘Gaat het wel?’ vraagt ze voorzichtig.
Ik knik, maar de tranen stromen over mijn wangen.
‘Wil je bij mij logeren?’ stelt ze voor.
Die avond neem ik een besluit. Ik pak mijn spullen en vertrek naar Sanne’s appartement in Utrecht. Ik laat Mark een briefje achter: “Ik hou van je, maar zo kan ik niet verder.”
De stilte in Sanne’s huis voelt vreemd veilig. Voor het eerst in maanden slaap ik diep en zonder angst wakker te worden door Ria’s stem.
Mark belt me talloze keren, maar ik neem niet op. Pas na drie dagen stuur ik hem een bericht: “Als je echt van me houdt, kom dan praten.”
Hij staat die avond voor Sanne’s deur, zijn ogen rood van het huilen.
‘Het spijt me,’ zegt hij zachtjes. ‘Ik heb je laten vallen.’
We praten urenlang over alles wat er misging – over zijn loyaliteit aan zijn moeder, over mijn verlangen naar respect en liefde.
‘Wil je samen opnieuw beginnen?’ vraagt hij uiteindelijk.
Ik kijk hem aan en voel hoop opborrelen – maar ook angst.
‘Alleen als jij ook kiest voor ons,’ zeg ik beslist.
We besluiten samen een klein appartement te zoeken, ver weg van Ria’s schaduw. Het is niet makkelijk – geldzorgen, onzekerheid over de toekomst – maar elke dag voelt lichter dan daarvoor.
Soms denk ik terug aan die donkere maanden in Ria’s huis en vraag ik me af: waarom was haar liefde zo hard? En waarom heb ik zo lang gedacht dat haar goedkeuring belangrijker was dan mijn eigen geluk?
Misschien is dat wel de grootste les: dat je pas echt gelukkig kunt zijn als je jezelf toestaat om los te laten wat je kapotmaakt.
Hebben jullie ooit moeten kiezen tussen familie en jezelf? Hoe vind je de moed om voor jezelf op te komen als alles tegenzit?