“Waarom Heb Je Hem Geloofd? Hij Wilde Je Alleen Maar Gebruiken!” – Het Verhaal van een Nederlandse Familie die uit Elkaar Valt

‘Mam, waarom geloofde je hem? Hij wilde je alleen maar gebruiken!’

De stem van mijn zoon Daan galmt nog na in de kleine woonkamer. Buiten tikt de regen tegen het raam, binnen is het koud, ondanks de verwarming die op volle toeren draait. Mijn dochter Lotte zit zwijgend tegenover me aan tafel, haar handen om een kop thee geklemd. Ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas. Daan’s woorden snijden dieper dan ik wil toegeven.

‘Daan, het is niet zo simpel,’ probeer ik, maar hij onderbreekt me met een felle blik. ‘Niet zo simpel? Mam, je hebt alles voor hem opgegeven! En nu wil je niet eens toegeven dat hij je bedrogen heeft!’

Ik kijk naar de foto’s aan de muur. Vroeger stonden we daar met z’n vieren op: ik, mijn ex-man Erik, Daan en Lotte. Nu zijn het slechts herinneringen aan een tijd die nooit meer terugkomt. Erik woont sinds twee jaar samen met zijn nieuwe vriendin in Amersfoort. Ze hebben samen een baby gekregen. Soms zie ik foto’s op Facebook: Erik met zijn nieuwe gezin, lachend in het park. Het steekt.

Daan is boos. Boos op mij, boos op zijn vader, boos op de hele situatie. Hij is 23 en studeert nog, maar hij wil zekerheid. ‘Mam, je moet het huis op mijn naam zetten,’ zegt hij plotseling. ‘Anders pakt pap straks alles af als jij doodgaat.’

Ik schrik van zijn woorden. ‘Daan, ik ben nog lang niet dood.’

‘Dat weet je niet! Kijk hoe gestrest je bent. Je werkt jezelf kapot in die supermarkt en voor wat? Voor Lotte? Voor mij? Pap lacht zich rot daar in Amersfoort!’

Lotte kijkt ongemakkelijk weg. Ze is altijd de stille geweest, de bemiddelaar tussen Daan en mij. Maar nu zegt ze zacht: ‘Misschien moeten we gewoon even rustig praten. Zonder geschreeuw.’

Daan staat op en loopt naar het raam. Zijn schouders trillen van woede of verdriet – ik weet het niet meer. ‘Ik wil gewoon niet dat alles voor niets is geweest,’ mompelt hij.

Mijn gedachten dwalen af naar die avond drie jaar geleden toen Erik thuiskwam en zei dat hij iemand anders had ontmoet. ‘Het spijt me, Marieke,’ zei hij toen. ‘Ik kan hier niet blijven.’ Ik voelde de grond onder mijn voeten verdwijnen. Alles wat ik kende, viel uit elkaar.

De maanden daarna waren een waas van verdriet en woede. Daan koos partij voor mij, Lotte probeerde contact te houden met haar vader. Ik werkte extra uren bij de Albert Heijn om de hypotheek te kunnen betalen. Soms kwam ik thuis en vond ik Daan huilend op de bank.

‘Waarom heeft hij ons verlaten?’ vroeg hij dan.

Ik had geen antwoord.

Nu, drie jaar later, lijkt het alsof we nog steeds in die storm zitten. De ruzies over geld, over het huis, over wie wat krijgt als ik er niet meer ben – het vreet aan me.

‘Mam,’ zegt Daan nu zachter, ‘ik wil gewoon zeker weten dat pap niet alles krijgt. Hij heeft ons al genoeg afgepakt.’

Ik knik langzaam. ‘Ik snap het, lieverd. Maar het huis is ook van Lotte. En… ik wil niet dat jullie straks ruzie krijgen over geld als ik er niet meer ben.’

Lotte kijkt me aan met grote ogen. ‘Ik wil helemaal geen geld,’ zegt ze zacht. ‘Ik wil gewoon dat we weer normaal kunnen doen.’

Daan lacht bitter. ‘Normaal? Wat is normaal nog in dit gezin?’

De stilte die volgt is ondraaglijk.

Die nacht lig ik wakker in bed. De regen is opgehouden, maar in mijn hoofd stormt het nog steeds. Ik denk aan Erik – hoe hij ooit mijn grote liefde was, hoe we samen plannen maakten voor de toekomst. Hoe hij me achterliet met twee kinderen en een huis vol herinneringen.

Ik denk aan Daan – zijn woede, zijn angst om alles kwijt te raken. Aan Lotte – haar verlangen naar rust en harmonie.

De volgende ochtend zit ik met Lotte aan het ontbijt als mijn telefoon gaat. Het is Erik.

‘Hoi Marieke,’ klinkt zijn stem aarzelend aan de andere kant van de lijn.

‘Wat wil je?’ vraag ik kortaf.

‘Kunnen we praten? Over de kinderen… en over het huis.’

Mijn hart slaat over.

‘Waarom nu?’ vraag ik scherp.

Hij zucht diep. ‘Omdat ik niet wil dat alles uit elkaar valt. Niet helemaal.’

We spreken af bij het park waar we vroeger met de kinderen wandelden. Het is koud en nat; de bomen zijn kaal.

Erik staat al te wachten als ik aankom. Hij steekt zijn handen diep in zijn jaszakken.

‘Marieke…’ begint hij.

‘Waarom heb je ons verlaten?’ flap ik eruit voordat ik mezelf kan tegenhouden.

Hij kijkt weg. ‘Ik weet het niet meer precies. Ik was ongelukkig… Ik dacht dat ik ergens anders gelukkiger zou worden.’

‘En? Ben je gelukkig?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Soms wel… soms niet.’

We praten lang – over Daan, over Lotte, over geld en het huis. Over hoe alles zo mis kon gaan.

‘Ik wil niet dat de kinderen straks vechten om wat er overblijft,’ zegt Erik uiteindelijk zacht.

‘Dat wil ik ook niet,’ zeg ik moeizaam.

We spreken af om samen met een notaris te praten over het huis en de erfenis – zodat alles eerlijk geregeld wordt.

Thuis vertel ik het aan Daan en Lotte.

Daan reageert fel: ‘Dus nu moeten we pap weer vertrouwen? Na alles wat hij gedaan heeft?’

Lotte kijkt hem aan: ‘Misschien moeten we gewoon proberen… voor mama.’

De weken daarna zijn zwaar. We praten veel – soms schreeuwen we, soms huilen we samen. Maar langzaam lijkt er iets te veranderen. De woede maakt plaats voor verdriet, en uiteindelijk voor berusting.

Op een avond zit ik alleen op de bank, kijkend naar oude foto’s van ons gezin.

Was het allemaal mijn schuld? Had ik Erik moeten laten gaan? Had ik Daan beter moeten beschermen?

De pijn blijft, maar ergens voel ik ook hoop – dat we misschien ooit weer een soort van familie kunnen zijn.

En terwijl ik naar buiten kijk, vraag ik me af: Hoeveel kan een moeder dragen voordat ze breekt? En wat betekent familie eigenlijk als alles uit elkaar valt?

Wat zouden jullie doen in mijn plaats?