Mijn dochter nam mijn kleindochter bij me weg omdat ik haar te veel snoep gaf: Ben ik echt zo’n slechte oma?

‘Marijke, ik meen het. Dit is de laatste keer dat je Evi zoveel snoep geeft. Je weet dat ze allergisch is voor kleurstoffen!’

De stem van mijn schoonzoon, Jeroen, galmde nog na in de kleine keuken. Ik stond daar, trillend met een halfopen zak winegums in mijn hand, terwijl Evi met grote ogen naar ons keek. Mijn dochter, Sanne, stond ernaast, haar armen over elkaar. Ze zei niets, maar haar blik was streng.

‘Maar Jeroen, het was maar één keertje… Ze had zo’n zin in iets lekkers na het buiten spelen,’ probeerde ik zachtjes.

‘Eén keertje? Mam, vorige week had ze buikpijn na het logeren bij jou. En nu weer! We hebben je al zo vaak gevraagd om op te letten,’ zei Sanne, haar stem brak even.

Evi kroop tegen mijn been aan. ‘Oma, ik vind jouw snoepjes het lekkerst.’

Het deed pijn. Alsof iemand een mes in mijn borst stak. Ik wilde alleen maar het beste voor haar. Mijn hele leven had ik hard gewerkt op de boerderij van mijn ouders, geleerd om zuinig te zijn, om niet te veel te willen. Maar als Evi bij me was, smolt alles weg. Dan wilde ik haar verwennen, haar laten voelen dat ze speciaal was.

‘We nemen haar mee naar huis,’ zei Jeroen plotseling. ‘En voorlopig komt ze niet meer logeren.’

Ik voelde hoe de grond onder mijn voeten verdween. ‘Nee… Jullie kunnen dat niet maken! Ze hoort hier ook thuis!’

Sanne keek me aan, haar ogen nat. ‘Mam, we willen gewoon dat je luistert. Het gaat om haar gezondheid.’

Ze pakten Evi’s jas en laarzen. Evi huilde zachtjes toen ze haar handje uit mijn greep trok. ‘Oma, mag ik niet blijven?’

‘Nee lieverd,’ zei Jeroen kortaf. ‘We gaan nu.’

De deur sloeg dicht. Het huis voelde ineens leeg en koud aan. Ik bleef achter met de winegums in mijn hand en een brok in mijn keel.

Die nacht lag ik wakker. De regen tikte tegen het raam en ik dacht aan vroeger. Aan hoe mijn moeder altijd zei: ‘Je moet hard zijn voor jezelf, maar zacht voor je kinderen.’ Had ik gefaald? Was ik te zacht geweest voor Evi? Of waren Sanne en Jeroen te streng?

De dagen daarna probeerde ik mezelf bezig te houden met het huishouden en de tuin. Maar alles deed me aan Evi denken: haar laarsjes bij de deur, haar tekeningen op de koelkast, de geur van haar shampoo in de badkamer.

Op woensdag belde ik Sanne. Ze nam niet op. Donderdag stuurde ik een appje: ‘Mag Evi even bellen?’ Geen antwoord.

Vrijdag stond ik voor hun deur in het dorp. Jeroen deed open en keek me kil aan.

‘Marijke, we hebben het erover gehad. Je moet leren onze regels te respecteren.’

‘Maar Jeroen… Ze mist me! Ik mis haar!’

Hij zuchtte diep. ‘Je hebt haar gezondheid in gevaar gebracht. Dat kun je toch niet ontkennen?’

Ik voelde me klein worden. ‘Ik wist niet dat die winegums zo slecht waren…’

‘Dat hebben we je al zo vaak uitgelegd!’ riep hij uit.

Sanne kwam erbij staan. Haar ogen waren rood van het huilen.

‘Mam… Geef ons even tijd. We moeten Evi beschermen.’

Ik draaide me om en liep terug naar mijn fiets. De wind sneed langs mijn wangen en de tranen prikten in mijn ogen.

Thuis bleef ik dagenlang binnen. De dorpsgenoten fluisterden al: ‘Heb je gehoord van Marijke? Ze mag haar kleindochter niet meer zien…’

Op zondag kwam buurvrouw Annie langs met appeltaart.

‘Ach Marijke,’ zei ze zacht, ‘ze komen wel bij zinnen hoor. Kinderen zijn tegenwoordig zo bang voor alles wat slecht is.’

Ik knikte zwijgend en nam een hap van de taart die nergens naar smaakte.

’s Avonds pakte ik een oude foto van Sanne als klein meisje. Ook zij kreeg vroeger wel eens snoep van mij – misschien zelfs meer dan goed was – maar ze is toch gezond groot geworden?

De weken gingen voorbij. Geen bericht van Sanne of Jeroen. Op een dag vond ik een tekening in de brievenbus: een huis met een grote tuin en twee mensen die hand in hand stonden – ‘Oma en Evi’ stond eronder gekrabbeld.

Mijn hart brak opnieuw.

Ik besloot een brief te schrijven aan Sanne:

‘Lieve Sanne,
Ik weet dat jullie boos zijn en misschien heb ik fouten gemaakt. Maar ik hou zielsveel van Evi en zou nooit iets doen om haar pijn te doen. Kunnen we alsjeblieft praten? Ik mis jullie allebei zo erg.
Liefs, Mam’

Een week later kreeg ik antwoord:
‘Mam,
We willen best praten, maar je moet begrijpen dat sommige dingen niet meer kunnen zoals vroeger. Evi’s gezondheid gaat voor alles.
Groetjes, Sanne’

We spraken af op een zaterdagmiddag in hun tuin. Evi rende meteen naar me toe en sloeg haar armpjes om mijn middel.

‘Oma! Mag ik weer bij jou logeren?’

Jeroen keek streng toe terwijl Sanne uitlegde: ‘Mam, als je wilt dat Evi weer mag komen logeren, moet je je aan onze regels houden: geen snoep, geen frisdrank, geen kleurstoffen.’

Ik knikte langzaam. ‘Ik zal het proberen… Voor Evi.’

Het voelde alsof er iets kapot was gegaan tussen ons – iets wat misschien nooit meer helemaal heel zou worden – maar Evi’s glimlach gaf me hoop.

’s Avonds zat ik alleen op de bank en dacht na over alles wat er gebeurd was. Was het echt zo erg geweest? Of zijn we allemaal gewoon bang om elkaar kwijt te raken?

Hebben jullie ooit iets soortgelijks meegemaakt? Hoe ver moet je gaan om je familie bij elkaar te houden?