“Ik dacht dat ik haar zou redden, maar verloor mezelf: Mijn leven na de scheiding van mijn dochter”
‘Mamma, kun je alsjeblieft nu niet gewoon even luisteren?’ Iris’ stem trilt, haar ogen schieten vuur terwijl ze de vaatwasser dichtduwt. Ik sta met mijn handen vol natte borden, niet wetend of ik ze moet neerzetten of vasthouden. ‘Ik probeer alleen maar te helpen,’ fluister ik, maar mijn stem klinkt zwak, zelfs voor mezelf.
Het is pas drie weken geleden dat ik mijn kleine appartement in Amersfoort heb achtergelaten. Drie weken sinds Iris me huilend opbelde: ‘Mam… Adam is weg. Ik kan het niet alleen. Kun je komen? Voor even?’ Ze probeerde dapper te klinken, maar ik hoorde de wanhoop in haar stem. Natuurlijk kwam ik. Wat voor moeder zou ik zijn als ik haar liet verdrinken in haar verdriet?
De eerste dagen voelde het bijna vertrouwd. We dronken samen koffie aan de keukentafel, Iris vertelde over de stilte in huis sinds Adam vertrok. Kleine Daan, mijn kleinkind van zes, kroop ’s avonds bij mij op schoot en vroeg of opa ook nog eens kwam logeren. Ik voelde me nodig – eindelijk weer een doel, na jaren van eenzaamheid sinds de dood van mijn man.
Maar langzaam veranderde de sfeer. Iris werd kortaf, trok zich terug op haar kamer. Ze kwam laat thuis van haar werk bij het ziekenhuis en zuchtte als ze zag dat ik het eten al had klaargezet. ‘Mam, ik wil gewoon even niks. Kun je me wat ruimte geven?’
Ik probeerde het. Ik ging wandelen door de wijk, zat uren op een bankje bij het park en keek naar spelende kinderen. Maar elke keer als ik thuiskwam, voelde ik me meer een indringer dan een moeder. Mijn koffer bleef in de logeerkamer staan – Iris had geen plek gemaakt in de kast. Mijn favoriete theekopje stond achteraan in het keukenkastje, achter haar eigen servies.
Op een avond hoorde ik Iris telefoneren met Adam. Haar stem was zacht, bijna smekend. ‘Daan mist je… Ik mis je ook soms…’ Daarna hoorde ik haar huilen in de badkamer. Ik wilde naar haar toe gaan, haar vasthouden zoals vroeger toen ze viel met haar fiets en haar knie bloedde. Maar nu hield iets me tegen – misschien schaamte, misschien het besef dat mijn aanwezigheid niet troostend was, maar verstikkend.
Daan werd stiller. Hij vroeg niet meer of ik hem voorlas voor het slapen gaan. Op een middag vond ik hem huilend op zijn kamer. ‘Oma, waarom is papa weg? En waarom is mama altijd boos?’ Ik wist geen antwoord. Ik kon alleen zijn hand vasthouden tot hij in slaap viel.
De dagen werden weken. Iris begon steeds vaker te zeggen: ‘Mam, je hoeft echt niet alles te doen hoor.’ Of: ‘Ik red me wel.’ Soms hoorde ik haar zuchten als ik vroeg of ze nog iets nodig had van de supermarkt. Op een avond, toen ze thuiskwam en mij aan tafel zag zitten met een kop thee, zei ze: ‘Mam… misschien is het tijd dat je weer naar huis gaat. Je hebt toch je eigen leven?’
Mijn hart brak. Was dit waarvoor ik alles had achtergelaten? Was dit wat het betekende om moeder te zijn van een volwassen dochter? Een gast zijn in haar huis, ongewenst en overbodig?
Die nacht lag ik wakker op het logeerbed, luisterend naar het zachte gesnik van Iris aan de andere kant van de muur. Ik dacht aan vroeger – aan hoe ze als klein meisje altijd bij mij in bed kroop na een nachtmerrie. Aan hoe we samen koekjes bakten op regenachtige middagen en hoe ze me beloofde dat ze nooit weg zou gaan.
De volgende ochtend pakte ik mijn koffer. Daan keek me aan met grote ogen. ‘Ga je weg oma?’ vroeg hij zachtjes.
‘Ja lieverd,’ zei ik, terwijl ik hem stevig vasthield. ‘Maar ik ben altijd dichtbij als je me nodig hebt.’
Iris stond in de deuropening, haar armen over elkaar geslagen. Ze zei niets toen ik langs haar liep – alleen een kort knikje, alsof ze opgelucht was.
Op het station in Amersfoort voelde mijn oude appartement kouder dan ooit tevoren. De stilte was oorverdovend. Ik zette mijn koffers neer en keek uit het raam naar de regen die tegen het glas tikte.
Waarom is het zo moeilijk om elkaar vast te houden als je elkaar het hardst nodig hebt? Waarom voelt liefde soms als verstikking? En hoe vind je jezelf terug als je alles hebt gegeven voor iemand anders?
Misschien ben ik niet de enige moeder die zich zo voelt. Misschien zijn er meer vrouwen die hun plek verliezen in het leven van hun kinderen – die alles willen geven, maar uiteindelijk alleen achterblijven met lege handen.
Hebben jullie dit ook meegemaakt? Hoe ga je verder als je merkt dat je liefde niet meer welkom is?