Voor mijn ouders doe ik alles. Maar wat als zij niet hetzelfde voor mij doen?

‘Je denkt toch niet echt dat je met hem gaat trouwen, hè?’ De stem van mijn moeder galmt nog na in de kleine keuken van ons appartement in Utrecht. Haar handen trillen om haar mok koffie, terwijl haar ogen me strak aankijken. Ik voel mijn hart bonzen in mijn borstkas, alsof het elk moment kan breken.

‘Mam, ik hou van hem. Waarom kun je dat niet accepteren?’ Mijn stem klinkt zachter dan ik wil, bijna smekend. Maar ze schudt haar hoofd, haar lippen samengeperst tot een dunne streep.

‘Hij is niet goed voor je, Sophie. Je ziet het gewoon niet. Hij zal je alleen maar pijn doen, net als je vader.’

Die laatste woorden snijden dieper dan ik wil toegeven. Mijn vader – de man die ons verliet toen ik veertien was, voor een vrouw die nauwelijks ouder was dan ikzelf. Twee jaar lang moesten we met zijn drieën onder één dak wonen, omdat hij weigerde te vertrekken en het huis officieel op zijn naam stond. Ik herinner me de avonden waarop mijn moeder huilend in bed lag, terwijl ik probeerde huiswerk te maken aan de keukentafel. Uiteindelijk vond ze de kracht om hem en zijn nieuwe vriendin eruit te zetten, maar de littekens bleven.

Nu, jaren later, lijkt het alsof ze diezelfde angst op mij projecteert. Alsof elke man een potentiële verrader is. Maar Daan is niet zoals mijn vader. Daan is zacht, geduldig, en hij heeft me geholpen mezelf weer te vinden na alles wat er gebeurd is.

‘Mam, Daan is anders. Hij heeft me nooit iets beloofd wat hij niet waarmaakt. Hij is er altijd voor me geweest.’

Ze kijkt weg, haar blik gericht op het raam waar de regen zachtjes tegenaan tikt. ‘Je weet niet wat mannen allemaal kunnen verbergen. Je bent nog zo jong, Sophie.’

Ik ben zesentwintig. Maar in haar ogen blijf ik dat meisje van veertien dat haar vader zag vertrekken.

De weken daarna wordt het steeds ongemakkelijker thuis. Mijn moeder laat geen kans onbenut om Daan te kleineren. Als hij langskomt voor het eten, serveert ze zijn favoriete gerecht met een opmerking: ‘Hopelijk kun je dit straks ook betalen als je samenwoont.’ Of: ‘Weet je zeker dat je met iemand wilt zijn die nog steeds geen vaste baan heeft?’

Daan probeert het te negeren, maar ik zie de pijn in zijn ogen. Na een avond vol passief-agressieve opmerkingen pakt hij mijn hand als we naar buiten lopen.

‘Sophie, dit kan zo niet langer. Ik wil niet dat jij tussen ons in komt te staan.’

Ik weet dat hij gelijk heeft. Maar hoe kies je tussen de man van wie je houdt en de vrouw die alles voor je heeft opgeofferd?

Op een avond barst de bom. Mijn moeder komt onverwacht thuis terwijl Daan en ik samen op de bank zitten. Ze kijkt ons aan alsof ze iets smerigs aantreft.

‘Dus dit is het? Ga je hem gewoon hier laten wonen? Ga je mij zomaar vervangen?’

‘Mam, dat is niet eerlijk! Jij bent mijn moeder, niemand kan jou vervangen!’

‘Maar je kiest wel voor hem! Net als je vader voor haar koos!’ Haar stem breekt en ineens zie ik haar niet meer als de sterke vrouw die alles aankan, maar als iemand die doodsbang is om opnieuw verlaten te worden.

Die nacht lig ik wakker in bed. Ik hoor haar zachtjes huilen in de kamer naast mij. Ik wil naar haar toe gaan, haar vasthouden zoals zij mij vasthield toen ik klein was. Maar ik weet dat het niets zal veranderen.

De volgende dag besluit ik met Daan te praten.

‘Misschien moeten we even afstand nemen,’ zeg ik voorzichtig.

Hij kijkt me aan met die zachte ogen van hem. ‘Sophie… als jij dat wilt, doe ik het. Maar weet dat ik op je wacht.’

Het huis voelt kouder zonder hem. Mijn moeder lijkt opgelucht, maar er hangt een stilte tussen ons die niet meer te doorbreken is.

Op een zondagmiddag zitten we samen aan tafel. Ze kijkt me aan en zegt: ‘Ik wil alleen maar dat je gelukkig bent.’

‘Maar mam,’ zeg ik zacht, ‘ik ben alleen gelukkig als jij mij laat gaan.’

Ze huilt weer, maar deze keer laat ze me toe. We praten urenlang over vroeger, over haar angsten en mijn dromen. Voor het eerst begrijp ik hoe diep haar wonden zijn.

Een paar weken later nodig ik Daan weer uit. Mijn moeder zegt niets als hij binnenkomt, maar ze zet wel koffie voor hem neer. Het is een klein gebaar, maar voor mij voelt het als een overwinning.

Langzaam bouwen we iets nieuws op – een relatie waarin ruimte is voor mijn liefde én haar angst. Het is niet makkelijk; soms voel ik me verscheurd tussen twee werelden die nooit helemaal samen zullen komen.

Maar misschien hoeft dat ook niet. Misschien is liefde juist het accepteren van elkaars gebreken en proberen elkaar toch vast te houden.

Soms vraag ik me af: hoeveel van jezelf moet je opgeven voor de mensen van wie je houdt? En wanneer mag je eindelijk kiezen voor je eigen geluk?