Nooit Goed Genoeg: Mijn Liefde, Hun Oordeel

‘Lejla, weet je zeker dat je dit wilt?’ De stem van mijn moeder trilt als ze me aankijkt, haar handen om haar kopje thee geklemd. Ik kijk naar buiten, waar de regen zachtjes tegen het raam tikt. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. ‘Ja, mam. Ik hou van Darij. Maar soms… soms weet ik niet of dat genoeg is.’

De eerste keer dat ik Darijs ouders ontmoette, voelde ik me alsof ik een auditie deed voor een rol die ik nooit zou krijgen. Zijn moeder, Marijke, keek me van top tot teen aan, haar lippen samengeknepen. ‘Dus, Lejla, waar komen je ouders vandaan?’ vroeg ze, haar stem zoet maar haar ogen koud. ‘Uit Rotterdam,’ antwoordde ik, wetend dat ze op iets anders doelde. Mijn naam, mijn donkere haar, mijn accent – alles aan mij was anders dan wat zij gewend waren.

Darij kneep zachtjes in mijn hand onder tafel, maar ik voelde me alleen. Zijn vader, Henk, stelde vragen over mijn studie, mijn werk, mijn toekomstplannen. Alles klonk als een test. ‘En wat zijn je ambities, Lejla? Heb je al nagedacht over een vaste baan? Een huis kopen?’ Ik voelde me kleiner worden met elke vraag. Alsof mijn dromen niet groot genoeg waren, mijn antwoorden nooit goed genoeg.

Na dat eerste bezoek reed Darij zwijgend met me naar huis. Pas toen we voor mijn flat stonden, zei hij zacht: ‘Het komt wel goed. Ze moeten gewoon wennen.’ Maar ik zag de twijfel in zijn ogen. En ik voelde het in mijn buik: dit zou niet makkelijk worden.

De maanden gingen voorbij. Elke keer als ik bij Darij thuis kwam, voelde ik de spanning. Marijke maakte opmerkingen over mijn kleding – ‘Wat een bijzondere stijl heb je, Lejla’ – en Henk vroeg steeds weer naar mijn ouders, hun werk, hun verleden. Alsof ik moest bewijzen dat ik erbij hoorde. Soms ving ik blikken op tussen Darij en zijn moeder, korte, veelzeggende blikken die ik niet kon plaatsen.

Op een avond, na een ongemakkelijk etentje, trok Marijke me apart in de keuken. ‘Lejla, ik weet dat je het goed bedoelt. Maar begrijp je wel wat het betekent om deel uit te maken van onze familie? Wij hebben bepaalde verwachtingen. Stabiliteit, zekerheid…’ Haar woorden hingen in de lucht als een dreiging. Ik voelde tranen branden achter mijn ogen, maar ik knikte alleen.

Thuis barstte ik in huilen uit. Mijn moeder vond me op de bank, mijn gezicht nat van de tranen. ‘Waarom doe je jezelf dit aan?’ vroeg ze. ‘Omdat ik van hem hou,’ snikte ik. Maar diep vanbinnen vroeg ik me af of liefde genoeg was.

De druk werd groter toen Darij en ik samen wilden gaan wonen. Zijn ouders nodigden ons uit voor een gesprek. ‘We willen dat jullie goed nadenken,’ zei Henk. ‘Een huis kopen is niet niks. En Lejla, heb jij eigenlijk wel een vast contract?’ Ik voelde me weer dat meisje dat niet voldeed. Darij probeerde me te steunen, maar ik voelde de afstand tussen ons groeien.

Op een dag, na een ruzie met Darij over zijn ouders, schreeuwde ik: ‘Waarom neem je het altijd voor hen op? Zie je niet hoe ze me behandelen?’ Hij keek me aan, zijn ogen vol pijn. ‘Ze zijn gewoon bezorgd. Ze willen het beste voor mij. Voor ons.’

‘Maar wat als hun beste niet mijn beste is?’ vroeg ik zacht. Hij had geen antwoord.

De weken daarna werd het stil tussen ons. We spraken minder, lachten minder. Ik voelde me steeds meer een buitenstaander in zijn leven. Mijn vrienden merkten het ook. ‘Lejla, je bent jezelf niet meer,’ zei mijn beste vriendin Noor. ‘Je laat je kapot maken door hun oordeel. Waar is de Lejla die altijd voor zichzelf opkwam?’

Ik wist het niet meer. Ik was mezelf kwijtgeraakt in het proberen te voldoen aan verwachtingen die nooit de mijne waren geweest.

Op een zondagmiddag, tijdens een familielunch bij Darij thuis, barstte de bom. Marijke maakte een opmerking over mijn familie – ‘Niet iedereen heeft het geluk in een stabiel gezin op te groeien, hè Lejla?’ – en ik voelde iets in me breken. Ik stond op, mijn stem trillend van woede en verdriet. ‘Ik ben misschien niet wat jullie voor Darij hadden gehoopt. Maar ik ben wel mezelf. En ik ben het zat om me te moeten bewijzen. Als ik niet goed genoeg ben voor jullie, dan ben ik dat misschien ook niet voor hem.’

De stilte was oorverdovend. Darij keek me aan, zijn gezicht bleek. ‘Lejla, wacht…’ Maar ik liep weg, de tranen stroomden over mijn wangen.

Thuis voelde ik me leeg. Maar ook opgelucht. Voor het eerst in maanden voelde ik mijn eigen kracht weer. Mijn moeder sloeg haar armen om me heen. ‘Je hebt het juiste gedaan, lieverd. Je bent altijd goed genoeg geweest.’

De dagen daarna probeerde Darij contact te zoeken. Berichten, telefoontjes, bloemen. Maar ik wist dat er iets fundamenteels was gebroken. Niet alleen tussen mij en zijn familie, maar ook tussen mij en hem. Ik kon niet langer vechten tegen verwachtingen die niet de mijne waren.

Op een avond stond Darij voor mijn deur. Zijn ogen rood van het huilen. ‘Lejla, ik hou van je. Ik wil niet zonder jou.’

Ik keek hem aan, mijn hart verscheurd. ‘Ik hou ook van jou, Darij. Maar ik kan niet blijven vechten tegen mensen die me nooit zullen accepteren. Ik moet mezelf kunnen zijn. En dat kan ik niet als ik altijd moet bewijzen dat ik goed genoeg ben.’

Hij huilde, smeekte me om het nog een kans te geven. Maar ik wist dat ik deze keer voor mezelf moest kiezen. Voor mijn eigenwaarde. Voor mijn toekomst.

De weken daarna waren zwaar. Ik miste hem, elke dag. Maar langzaam vond ik mezelf terug. Ik begon weer te lachen, te dromen, te leven. Mijn vrienden stonden achter me, mijn familie steunde me. En ik wist: ik ben goed genoeg. Altijd geweest.

Soms vraag ik me af: hoeveel mensen verliezen zichzelf in het proberen te voldoen aan verwachtingen van anderen? Hoeveel liefde gaat verloren door vooroordelen en trots? Misschien is het tijd dat we elkaar leren accepteren zoals we zijn. Wat denken jullie? Hebben jullie ooit moeten kiezen tussen liefde en jezelf?